21 jul 2011

Zunke erft iets

Zunke
Zunke erft iets

Zunke is van binnen vaak niet ouder dan een kind van vier jaar, dus als ze de zon voelt, spreekt ze weer net als toen. Over de dingen.

Op mijn achttiende kreeg ik mijn eerste typemachine. Zo'n loodzwaar ding waarvan twee hamers altijd in elkaar bleven haken. Verder herinner ik mij een ietwat slap lint dat je geregeld strak moest draaien of er verscheen niets op papier. Erg veel heb ik er niet op geschreven. Misschien af en toe eens een gedichtje of een kort verhaaltje. Ik herinner mij vooral het geluid, van het papier erin draaien maar vooral van die heerlijke zwier met de hendel aan het einde van elke zin. Roetsjjj, tjing...als een volleerde secretaresse gaf ik een hengst aan de 'ijzeren arm' van mijn typemachine. Roetsjjj, tjing...Eerlijk is eerlijk: ik heb meer gezwierd dan getypt op mijn eerste typemachine.

Tot het zwieren mij ging vervelen en ik inzag dat iets schrijven op mijn typemachine een erg arbeidsintensieve bezigheid was, waarbij ik vooral bezig was de hamers uit elkaar te halen en het lint strak te trekken. Van schrijven kwam niet veel terecht. De typemachine heeft daarna nog jaren op een kast gestaan voor ik besloot dat het een volslagen nutteloos apparaat was dat teveel ruimte innam en alleen stof stond te vergaren.

Wat heb ik er nu spijt dat ik dat gevaarte bij een of andere grote schoonmaak heb weggedaan. Hoe graag zou ik er nog een keer een wit vel papier indraaien, wat tikken en natuurlijk aan die hendeltrekken, nog een keer een roetsjjj, tjing horen. De typemachine was namelijk een erfstuk van mijn opa die stierf toen ik achttien jaar oud was.

'Hé, zet dat eens terug!'

Behalve zijn typemachine kreeg ik ook zijn ouderwetse rookstoel toebedeeld. Niemand wilde die hebben. Om de stoel van het stort te redden, nam mijn moeder hem mee naar huis voor mij.  
In die stoel zat hij na het eten altijd een sigaartje te roken. Soms dronk hij er één jenevertje uit na het journaal van acht uur 's avonds. Na zijn sigaartje mét jenevertje viel hij meestal in slaap. In zijn stoel. Hoewel het eerder indommelen was, want zijn oren werkten nog bijzonder goed in zijn slaap.

Ik maakte tijdens zijn slaapje namelijk vaak van de gelegenheid gebruik om op mijn tenen naar het televisietoestel te trippelen en stiekem van zender te veranderen. Opa keek namelijk graag naar documentaires, het liefst natuurdocumentaires over vogels in een boom en leeuwinnen die traag door het landschap bewogen. Saai vond ik dat destijds. Het is mij nooit gelukt om ongemerkt van zender te veranderen, hem zijn documentaires af te nemen, zélfs als hij sliep en er niet naar keek. Steevast schrok hij wakker uit zijn dutje en riep: "Hé, zet dat eens terug!"

Altijd werd hij wakker. Alsof hij in zijn dromen ineens de verkeerde beelden en geluiden doorkreeg, schoot hij rechtop....opende zijn ogen...en riep: "Hé, zet dat eens terug!" Als hij in zijn slaap een lange snurk liet ontsnappen en ik vermoedde dat hij bijna ging wakker worden, besloot ik - met ingehouden adem - om uit voorzorg snel 'terug te schakelen.'

Als hij dan even later écht wakker werd, leek het alsof hij toch doorhad wat ik had gedaan. Boos werd hij nooit, het was meer een soort gespeelde verontwaardiging. "He, zet dat eens terug. Wie heeft nu weer de zender veranderd." Natuurlijk wist hij wie de schuldige was, want ik stond nooit meer dan twee meter van het toestel verwijderd met een gespeelde blik van onschuld op mijn gezicht.

Dát zijn mijn zoete herinneringen aan die rookstoel. En hoewel niemand die stoel wilde hebben, zal ik hem nooit wegdoen. Het zou zijn alsof ik de herinneringen uit mijn geheugen zou wissen. Van mijn opa en zijn stoel en ons spannende 'spel' met de televisie.

Stoelfuncties

Al decennia sleep ik dat ding dus mee van huis naar huis en over grenzen. Verschillende keren werd de stoel achteloos dubbelgeklapt en in de hoek van een opslagplaats gezet en bedolven onder stapels dozen. Er hebben lappen over gehangen uit Indonesië, Senegal of een of andere vintage-winkel.

Kussentjes in alle soorten, maten, designs en kleuren heb ik er in gedumpt om de vale groene stof op te fleuren én er weer uitgehaald omdat ik die kussens na een tijdje toch weer beu werd en het ding weer in volle glorie wilde zien. Vroeger stond de stoel in de huiskamer, maar nu staat hij al jaren ergens naast mijn bed en dient hij om mijn kleren van de dag op te dumpen. Soms is hij zo bedolven onder een berg broeken, truien en T-shirts dat je de vale groene stof nog amper ziet.

Heel af en toe overweeg ik hem terug te plaatsen in de huiskamer, maar echt lekker zit hij niet, want veel te recht. De twee loodzware en originele kussens blijven ook niet goed op hun plaats liggen sinds het anti-slip matje - dat opa er ooit nog zelf heeft ondergelegd - verdwenen is tijdens een of andere verhuizing.

Die originele kussens zijn trouwens ook alles behalve comfortabel, want erg hard. Ze schuren je billen door je kleren heen. Ontelbare keren heb ik overwogen om ze opnieuw te laten bekleden of ze te vervangen door zachtere en hippere kussens, als ik weer eens zuchtte: "Wat moet ik nu met de stoel! Hij past nergens bij."

Maar ik krijg het nooit over mijn hart om die vale groene stof mét ouderwets streepmotief te verbergen onder een design-stofje of nog erger: te vervangen door een nieuw, hip stofje rond betere, meer comfortabele kussens en dus nooit meer te zien. Het zou gewoon niet meer dezelfde stoel zijn, mijn jeugd zou definitief voorbij zijn. Nee, nee, nee: de stoel blijft zoals hij is.

De symboliek van het erven

Een typemachine die je niet kunt gebruiken omdat de hamers van minstens twee letters altijd bleven haken en een rookstoel die niet lekker zit: dat heeft mijn lieve, geweldige opa mij nagelaten. Maar qua symboliek kan het tellen. Ik studeerde destijds iets vaags toen hij stierf en wilde niet de halve, maar de hele wereld redden. Ik zat in de stoel toen ik besliste: Ik stop ermee. Niks voor mij deze studie. Maar wat dan?

Schrijven had ik in mijn hele jeugd altijd gedaan, maar enkel in eindeloos veel schriftjes en dagboeken én voor de schoolkrant. Met de pen en een of ander leeg vel papier. Ik had ontelbare schriftjes en boekjes volgeschreven met zelfverzonnen verhaaltjes afgewisseld met mooie zinnen die ik ergens was tegen gekomen en die ik in mijn mooiste handschrift en met veel geduld en pathos neerschreef in mijn schriftjes.

Ook schreef ik vroeger al ontelbare gedichtjes over bijtjes en bomen - toen ik klein en vrolijk was - en over eenzaamheid en onbegrip - toen ik puberde - en de pen mijn begrijpende vriend werd. Van bijtjes en bomen ging ik schrijven over de vervelende leraar, het rotjoch uit de straat of de rotstreek van een vriendinnetje. En hoewel ik altijd ergens een enorme stapel leuke, rare en mooie schrijfboekjes had liggen met nog onbeschreven maagdelijke vellen bleef ik maar nieuwe boekjes kopen....

Opa moet allang gezien hebben waar mijn talenten en of interesses lagen, waarom ik die vele schriftjes en boekjes kocht. Opa wist dat ik uiteindelijk ging schrijven. Hij wist ook dat ik dat bij voorkeur al zittend in een stoel of half liggend op de bank zou doen, omdat aan een bureau zitten toen al niet aan mij was besteed.  

Waarom?

Nooit heb ik de twee erfstukken van opa samen gebruikt. En nu kan het niet meer. Ik vind het schandalig dat die typemachine nu niet op een of ander antiek tafeltje staat te pronken als een museumstuk uit een ver verleden. Het ergste is dat ik zelfs niet meer weet wanneer, waarom en hoe ik mij van het ding heb ontdaan.

Ik meen mij te herinneren dat ik het gevaarte acht jaar na zijn dood nog had toen ik als journalist in spe verplicht werd om op een eerste examen op ouderwetse typemachines te werken, enkel en alleen omdat de leraren en leraressen zo graag nog eens het geluid van tientallen typemachines unisono door de aula van de school wilden horen galmen. Dus haalde ik mijn oude grote typemachine onder het stof vandaan.

Na dat ene examen - waarbij ik het loodzware geval mee naar school had gesleurd en iedereen mij vol medelijden zag klungelen met die twee in elkaar hakende hamers - heb ik op een rommelmarkt direct een andere lichtgewicht typemachine op de kop getikt. Het volgende examen had ik net als iedereen een licht draagbaar machientje mét handvat op de tafel voor mij staan. Vol vertrouwen ontdeed ik mijn nieuwe aanwinst van zijn hippe rode deksel.   

Als beginneling vond ik het ook al moeilijk genoeg om een nieuwsbericht of achtergrondverhaaltje in elkaar te knutselen, zonder die twee in elkaar hakende hamers en het slappe lint, die mijn schrijverstalenten en concentratie duidelijk in de weg hadden gezeten op het eerste examen. En op al die aandacht voor mijn persoontje en mijn loodzware machine zat ik ook al niet te wachten.

Door mijn gebrek aan concentratie én geduld, omdat ik niet wilde opvallen met mijn te grote pronkstuk, is opa's antieke gevaarte ergens op de vuilnishoop beland, tussen een hoop oud ijzer. Gekneusd en geminacht. Door mij. Ik wil er niet aan denken. Spijt heb ik. Als je jong bent, ken je de emotionele waarde van dergelijke dingen nog niet. Hoewel ik die rookstoel god-zij-dank dus wel heb bewaard, kan ik ook niet zeggen dat ik er ooit een stukje in heb geschreven. Ja, ooit met een blocnote op de schoot.

Langs het tuinpad

Godzijdank heb ik wel nog de herinneringen van mijn opa bewaard. Bij de eerste tonen van Ons Dorp van Wim Sonneveld, al een klassieker in mijn jeugd, schiet ik nog altijd vol als ik hard genoeg meezing. Ik zing wel een variant, al is het maar in mijn hoofd: "Langs het tuinpad van mijn......opa.....zag ik de hoge bomen staan."

Die bomen stonden er namelijk ook. Niet langs zijn tuinpad, maar wel achter het gietijzeren hek in zijn tuin die leidde naar de mooiste wereld die er was en die toen volledig aan mijn voeten lag: velden, eindeloze vergezichten én het buitenland. Een lang en eindeloos verlengd tuinpad dat leidde naar verre oorden en nog niet ontdekte werelden. Vanuit de veilige tuin van mijn opa, waar ik - dat wist ik zeker - altijd mocht terugkeren als ik daar nood aan zou hebben, lag een eindeloze nog te ontdekken wereld. In de tuin stonden de meest kleurige bloemen en in enkele volières - die zeker niet zouden hebben misstaan in een echte dierentuin - zaten de meest kleurrijke vogeltjes die je maar kon bedenken.

Ik hield er mijn liefde voor de natuur én mijn groene vingers aan over én dat is - zo ondervind ik steeds vaker - een enorm goed en belangrijk tegenwicht als je weer eens te lang achter de pc hebt gezeten, je hersens hebt gekraakt of vervelende mensen en mails moet zien te vergeten.

Mijn 'typemachine' van vandaag is nog altijd bescheiden en klein, maar natuurlijk wel zonder twee hamertjes die altijd in elkaar steken. En de stoel? Daar liggen momenteel nette stapels kleren op.

Als hij er maar staat, zo naast mijn bed. De vale groene stof is voor mij nog altijd zoals het uitzicht over de velden vanuit de tuin van mijn opa en de strepen op de kussens zijn zoals het allang verdwenen tuinpad dat naar verre oorden en nog niet ontdekte werelden leidt. Ik hoef de stof niet elke dag te zien. Ik kan het zo dromen.

Zunke

Zunke op Facebook.

 

 

Reacties (2)

  • 07 aug 2011 18:56
    ingmar

    Héél goed beschreven.Ik had ook eens zo'n typemachine, en een leuke opa!

    Antwoorden
  • 15 aug 2011 19:04
    Ydon

    Fantastisch.... heb van mijn opa een zilveren theezeef in houder geërfd. Door de vele verhuizingen van de afgelopen jaren weet ik even niet zo snel waar die is. En typmachines, ach, ik word er weemoedig van. Mijn ouders hadden er één uit Duitstalig Zwitserland. Geen QWERTY maar QWERTZ :) Van mijn moeder moest ik van de typmachine afblijven maar van mijn vader mocht ik naar hartelust mijn kinderlijke fantasieën wegtypen op papier.
    Toen ik ging studeren bezorgde mijn vader onder dwang een pc, maar gezien mijn studie (Russisch, afwijkend alfabet) ben ik in Moskou dagen onderweg geweest om een Cyrillische typmachine te kunnen bemachtigen. Het plezier was van korte duur. Ik heb de Russische typmachine verkocht.... Met weemoed denk ik eraan terug. Ja, ik heb spijt van de verkoop, maar niets aan te doen....

    Antwoorden
 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond