Nooit meer kou lijden

10-12-2011
Zunke
Nooit meer kou lijden

Zunke is van binnen soms niet ouder dan een kind van vier jaar en als ze de zon voelt, spreekt ze weer net als toen. Over de dingen.

Twee jaar geleden liet ik mij vrij makkelijk overhalen om op een winterse vrije dag mee te helpen in een jeneverkraam tijdens het veldrijden. Alle voorgaande jaren was het altijd erg gezellig geweest, zo werd mij verteld. "De Scheldecross, is dat veldrijden," vroeg ik nog, maar het was al te laat en zo kwam het dat ik op de koudste dag van het jaar om acht uur 's morgens niet in mijn warme bed lag, maar stond te vernikkelen op een dijk en mij serieus afvroeg: wat doe ik hier in godsnaam? Ik houd niet eens van veldrijden.

Onze kraam zelf stond opgesteld in een winderige hoek van het terrein, naast een hamburgertent. 'Handig,' dacht ik nog, maar een eerste taak diende zich al aan. De koelkasten moesten gevuld worden. Met flessen jenever in alle smaken en kleuren. De tientallen dozen met jenever moesten eerst wel nog met een open terreinwagentje van A naar B worden gereden. Een behoorlijk koude bedoening, zo bleek.

Bij het tweede ritje voelde ik mijn vingers al niet meer, was ik een handschoen kwijt en dat terwijl ik al een kwartier niets meer kon zien. De wind woei namelijk vrijelijk door het open terreinwagentje - dat trouwens behoorlijk hard reed - en dat veroorzaakte een stroom van tranen die op mijn veel te dunne jas druppelden en dat terwijl het vroor dat het kraakte. Toen alle ijskasten gevuld waren - en wij ook alle andere kramen op het terrein hadden bevoorraad - was het tijd om onze kraam te verkennen.

Mijn ogen zochten naar de verwarming. Paniek! Zelfs geen lullig warmteblazertje voor je voeten kon ik ontwaren. Ik keek op mijn horloge. Het was nu elf uur in de ochtend, nog ruim vier uur voor het startschot gegeven zou worden, en ik kan je zeggen: ik had het fucking koud.

Heel veel kou lijden

En ik weet waarover ik het heb. Vroeger heb ik meer kou geleden dan goed is voor een mens. Ik moest dagelijks vijftien kilometer naar de middelbare school fietsen, langs een kanaal waar geen boom, (lees: beschutting) te vinden was. De keren dat ik thuis ben gekomen met spierwitte, dode vingers die pas na een vol uur weer wat kleur kregen, waren niet te tellen.

"Onder de koude kraan', riep mijn moeder direct als ik binnen kwam gestrompeld. Ik herinner mij vooral nog hoeveel pijn winterkoude kan doen, zozeer zelfs dat je zin kreeg om iemand - die je bijvoorbeeld voorbij fietste alsof er niets aan de hand was - een rake klap te verkopen, gewoon om van je frustraties af te raken én om het bloed weer aan het stromen te krijgen.

Samen met mijn boezemvriendin en vaste fietsmaatje bedacht ik daarom een fantasiespelletje in de hoop het iets warmer te krijgen. Dan zeiden we tegen elkaar: "Ik ben nu in de woestijn en het is hier ontzettend héét." Het hielp een beetje, maar nooit lang.

En dan heb ik net nog niet over die keer dat ik door een stom manoeuvre van degene die voor mij fietste in de sloot naast het kanaal belandde en er - toen mijn fiets en ikzelf weer op het droge waren - een glimmende zilveren vis tussen mijn spaken geklemd zat. De rest van het fietsgezelschap vond dat erg grappig. Ik niet. Die hele dag heb ik met een natte broek in de les moeten doorbrengen. Het is toen dat ik mijzelf beloofde: het is genoeg geweest! Nooit meer zal ik nog kou lijden.

En nu stond ik hier weer ouderwets te kleumen. Mijn vingers voelde ik niet meer van al dat rondrijden en sjouwen, maar eigenlijk had ik over mijn hele lijf de bibber. Waarom had ik eigenlijk toegestemd om hier te zijn? Ik kon nu op ditzelfde moment lekker tegen de verwarming zitten met een vers kopje thee tussen mijn handen. Zou ik er nog van tussen kunnen muizen?

Eerst ben ik mij dan maar in het enige cafetaria in de buurt gaan opwarmen, terwijl ik besloot om tot de allerlaatste minuut te wachten alvorens ik mijn positie in de kraam zou innemen. Dat zou niet lang meer duren, want de toeschouwers begonnen al toe te stromen. Vervolgens heb ik vriendlief om warme koffie gestuurd zodat ik mijn handen aan het kopje zou kunnen warmen, maar tegen de tijd dat hij al glibberend over de sneeuw terug kwam, was de koffie - en dus ook het kopje - al ijskoud.

Dan heb ik mij nukkig bij mijn lot neergelegd en ben ik maar een paar keer een overbodig praatje gaan maken met de meneer van de hamburgertent die wél een kachel in zijn kraam had staan, plus enkele dampende frietketels die op 200 graden stonden afgesteld. Al babbelend probeerde ik alle warmte van de frietketels in mij op te nemen. Voor straks.

Lang leve de percolator

Gelukkig dat we - behalve jenever - ook warme mojito-thee moesten verkopen. Die mojito-thee stond in een gigantische percolator te pruttelen, klaar om heet opgediend te worden. Die percolator, beste mensen, heeft die middag mijn leven gered. Ik heb er elk vrij moment tegen gehangen. Dat, plus de jenevers die ik tussen het werken door achterover heb geslagen om mijzelf op temperatuur te krijgen, hebben mij erdoor gesleurd.

De cross zelf werd uiteindelijk flink ingekort, omdat er ergens op het terrein een bom uit de Tweede Wereldoorlog was gevonden. Dat hoorde ik pas achteraf, want van die hele koers heb ik niets mee gekregen. Ik hoorde alleen af en toe het gebrul van het publiek als de renners voorbij raasden.

En ineens was alles voorbij. Bezoekers verlieten het terrein en wij konden gaan inpakken. Terwijl de hamburgertent al weg werd gesleurd, stonden wij de overgebleven flessen in dozen te steken, vuilniszakken met lege bekertjes dicht te knopen en talloze lege flessen te verzamelen en opnieuw nam ik het besluit: nooit zou ik nog kou lijden.

Laat de zon in je hart

Ik moet er eerlijk bijzeggen dat ik het tegen middernacht best warm had in de grote feesttent waar zo'n industrieel warmtekanon stond. Ik heb er zelfs nog staan dansen op de klanken van Willy Somers: "Laat de zon in je hart, ze schijnt toch voor iedereen...." Dat is dus ook zo met kou, zodra je het weer warm hebt ben je snel vergeten hoe erg het was. Toch vond ik het vorig jaar allesbehalve erg toen bleek dat vriendlief niet kon meehelpen in de jeneverkraam van zijn goede vriend. Dus keek meneer Zunke 's avonds naar de samenvatting. Uit mijn ooghoek zag ik het zo: hopen sneeuw. Niet voor mij dit jaar, dacht ik blij.

Ineens vroeg ik mij waarom ze veldrijden niet gewoon in de zomer organiseren. "Waarom is veldrijden alleen in de winter en niet in de zomer,' vraag ik vanachter mijn computer. "Omdat het een wintersport is," roept mijn vriend terug vanaf de bank. Begrijpe wie begrijpe kan.

Toch ga ik dit jaar weer meehelpen. Onder één voorwaarde, heb ik er wel bij gezegd. Dat ik in de grote tent achter de bar mag staan. In de buurt van het warmtekanon. Als jullie dit lezen, sta ik daar dus al. Hopelijk een beetje warmer dan twee jaar geleden, maar voor de zekerheid trek ik toch maar mijn skibroek, skijas, skimuts, skikousen en Moonboots aan.

Zunke

*foto: Scott Liddell.

Tags: columns, zunke

Reacties (3)

  • 10-12-2011 23:13
    Henk


    Vroeger (jaren 70) kwam ik vaak met een gat in mij broek thuis, mijn moeder was dat na een paar keer zo zat dat ze de pijpen van mijn broek afknipte als er weer eens een gat in mijn knie zat, en dat ik van maart t/m oktober alleen maar korte broeken aan kreeg. En die waren erg kort (hotpants). En of het nou koud was of dat het regende, ik werd met blote benen naar buiten en naar school gestuurd. Dus ik ging natuurlijk zeuren dat ik zulke koude benen had, maar ja, dan had ik maar niet steeds met gaten in mijn knieën (van mijn broek dus) thuis moeten komen.
    Uiteindelijk raakte ik eraan gewend om met blote benen de kou of de regen in te gaan, want toen ik groter werd ging ik de hele zomer met een kort sportbroekje aan naar school, ik wilde graag stoer zijn. Dus ook al was het koud en nat buiten, ik ging met blote benen naar school, en ik begon het zelfs leuk te vinden...

    Antwoorden
  • 11-12-2011 14:45
    ziezózon

    Klinkt erg koud. Brr. Wij moeten er toch niet aan denken.

    Antwoorden
  • 11-12-2011 20:03
    Henk

    Valt wel mee, ik wende eraan. En ik wilde niet hetzelfde zijn als de rest van de klas. En stiekem vond ik het wel stoer om met blote benen buiten in de regen naar school te lopen of te fietsen.

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond