06 okt 2011

Moeder, waarom botsen wij?

Zunke
Moeder, waarom botsen wij?

Zunke is van binnen vaak niet ouder dan een kind van vier jaar, dus als ze de zon voelt, spreekt ze weer net als toen. Over de dingen.

Afgelopen week had ik een gigantisch bord voor mijn kop. En dat mag je letterlijk nemen. De dag erna zag ik de gevolgen in de spiegel. Een rode bloederige stip op de plaats waar - volgens spirituele kenners - je derde oog hoort te zitten: het plekje tussen je wenkbrauwen. Mijn derde oog is nu diep verborgen onder een bloederige korst en eerlijk gezegd: het ontsiert mijn aangezicht. Alwéér.

Het was alweer een eeuwigheid dat ik ergens tegenaan was gelopen. En dat wil wel iets zeggen. Eerst even de gebeurtenis zelf. Meneer Zunke kwam mij gisteren aan het einde van de dag ophalen van een teleurstellende studiedag. Terwijl we door de berm naar de auto lopen en ik druk pratend en gesticulerend vertel over deze verloren studiedag, let ik er vooral op dat ik niet struikel over de graspollen. Mijn pet heb ik diep over mijn voorhoofd getrokken tegen de zon.

Net op het moment dat ik mijn hoofd ophef en opzij kijk om mijn verhaal opgewonden te vervolgen, word ik bruut onderbroken. Even denk ik dat de man met de hamer mij een knal van jewelste heeft gegeven. Het volgende moment kijk ik kwaad naar een volgens mij totaal overbodig en verkeerd geplaatst verkeersbord. Om dan met twee handen naar mijn neus te grijpen, want die is vol getroffen. Dat doet zeer kan ik je vertellen.

De tranen schieten uit mijn ogen en even overweeg ik om mij in het gras te laten zakken en mij al kreunend even helemaal te laten gaan. Maar na enkele seconden wordt het kloppen minder en iets draaglijker. Mijnheer Zunke kijkt mij met ingehouden adem aan, alsof hij niet goed weet of hij moet lachen of mij moet vastpakken. Hij doet niets. Een verstandige keuze.

Kdéng

Nu heb ik wel de nodige ervaring met aanvaringen met objecten. Als kind knalde ik bijna dagelijks tegen verkeersborden, maar vooral lantaarnpalen. Als ik vol tegen een paal botste, was dat altijd op momenten dat ik een verhaal aan het vertellen was tegen mijn moeder die altijd enkele meters achter mij liep omdat ik nu eenmaal heel snel wandel. Kdéng. Einde verhaal. Voor even toch. Tot ik tegen de volgende paal knalde.

Mijn klunzigheid heeft al voor de nodige gênante situaties gezorgd. Ooit was ik als journalist op reisreportage naar Lanzarote. Op de laatste avond van onze trip ga ik slapen na het drinken van een paar cocktails. Als ik de volgende dag in de badkamer een blik in de spiegel werp, zie ik mijn neus verborgen onder een bloederige korst. Ik kijk vol verbazing naar het opgedroogde bloed op mijn gezicht. What the fuck!

Ik heb geen flauw idee wat er is gebeurd. Gisteravond voor het slapen gaan was alles nog ongeschonden! Wat doet die bloedkorst op mijn gezicht als ik alleen maar heb geslapen. Op mijn kussen zie ik bloed. Pas als ik in de gang ook bloed op de muur zie hangen, begint het te dagen. Ik ben vannacht naar de wc geweest, dacht dat de de badkamer hier linksaf was - zoals thuis - en ben toen in volle vaart tegen de gestuukte muur gelopen. Kdéng. Dankzij de cocktails heb ik niets gevoeld. Toch nog een geluk bij een ongeluk.

Vreemd genoeg kan ik mij er helemaal niets van herinneren, maar je kunt je wel voorstellen hoe de anderen reageerden toen ik met mijn gehavende gezicht aan de ontbijttafel verscheen. Te meer nog omdat een mannelijke collega samen met mij naar boven was gewandeld. Natuurlijk wist hij ook niet hoe ik aan de bloedkorst kwam, maar de grappen over wat wij samen zouden hebben uitgespookt waren niet van de lucht.

En dan is er nog die ongelukkige aanvaring met een muur toen ik in de foyer van een kunstencentrum werkte. Toen ik een vat ging wisselen, kwam ik terug met een snee in mijn voorhoofd. Ik was onderweg in volle vaart tegen het uitsteeksel van een betonnen muur gebotst. De leutige drinkers aan de bar keken mij verbaasd aan en terwijl het mij nog duizelde, schoten ze allemaal in de lach.

Louter klunzigheid?

Dat ik zo vaak ergens met mijn kop tegenaan loop, kan natuurlijk worden afgedaan als louter klunzigheid, maar ik vrees dat er meer aan de hand is. Ik ben simpelweg nooit bezig met wat er direct voor mijn neus plaatsvindt. Als ik weer eens ergens tegenaan knal, ben ik altijd in gedachten met duizend en een dingen bezig, behalve met: kijken waar ik loop, wat toch eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is. Zou je denken.

Als je dat dan vertaalt naar mijn leven, kun je je wel voorstellen dat ik ook vaak tegen figuurlijke borden en palen oploop die anderen voor mijn neus plaatsen met als doel om mij uit te schakelen. Tenminste toch tijdelijk, want ik ben wel zo iemand die altijd weer recht veert.

Ik neem mijn boek 'De Zin van Ziek zijn' er even bij, hoofdstuk: Ongevallen. Volgens de schrijvers, twee Duitse artsen, gebeuren ongevallen nooit zomaar. Wij zoeken zelf onze ongevallen uit. Volgens hen beweerde ook Freud in zijn boek Psychopathologie des Alltagslebens al dat ongevallen onbewust door onszelf worden aangestuurd.

In de psychologie werd er sindsdien het nodige onderzoek gedaan naar 'ongeval-gevoelige persoonlijkheden.' Je weet wel: ongevallen komen nooit alleen en ze lijken sommige mensen voortdurend te overkomen en anderen niet.

Volgens mijn boek is hier een simpele verklaring voor. Mensen die veel ongevallen hebben neigen hun conflicten in de vorm van ongevallen te hanteren. In plaats van de confrontatie aan te gaan met deze en gene gaan ze liever de confrontatie aan met een paal of een andere weggebruiker, zeg maar. Zo is er dus een opzettelijk element aanwezig, hoewel dit element onbewust kan zijn.

What's in a word

Zo kun je volgens de schrijvers in je leven slippen, van de weg raken, de controle over het stuur verliezen en frontaal botsen. Nu ik die gezegden lees, kun je die zo naar het leven vertalen. Ook daar kun je slippen, van de weg raken, de controle verliezen en frontaal botsen. What's in a word.

Zo lees ik verder: 'Iemand die niet meer kon afremmen, zal meer dan waarschijnlijk in een bepaalde versnelde ontwikkeling zitten die hij of zij niet meer in de hand heeft. Als je 'iemand niet hebt gezien' zal je ook in je leven iets belangrijks over het hoofd zien. Mensen die altijd willen inhalen, moet alle inhaalmanoeuvres in hun leven ook eens onder de loep nemen en iemand die op een kruispunt botst met een ander voertuig en geen voorrang verleent, zal ook in het echte leven altijd dwars door alles heen rechtdoor willen gaan en met anderen botsen.'

En het gaat verder: 'De symboliek van struikelen en vallen is heel doorzichtig. Hoeveel mensen glijden niet uit als ze zich op glad ijs begeven, zodat hun hersenen even helemaal door elkaar worden geschud.'

Op basis van deze informatie kan ik er dus van uitgaan dat ik deze week ook weer even helemaal door elkaar ben geschud. En die korst op mijn voorhoofd zal mij daar nog even aan herinneren. Misschien moet ik voortaan niet altijd proberen op door palen heen te lopen, maar een kleine omweg maken. Dat lijkt mij voor iedereen beter.

Zunke

Zunke op Facebook.

Tags: botsen, columns, zunke
 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond