15 aug 2011

Ik ben een slechte huisvrouw

Zunke
Ik ben een slechte huisvrouw

Zunke is van binnen vaak niet ouder dan een kind van vier jaar, dus als ze de zon voelt, spreekt ze weer net als toen. Over de dingen.

Huishoudstress

Ik ben nooit tuk geweest op het huishouden. Vanmorgen werd dat weer eens pijnlijk duidelijk. Ik mijmerde aan de vele vervelende kanten van het schoonmaken en wassen. Voor ik het wist gingen mijn gedachten uit naar eenzame sokken en bergen strijk die mij altijd weer verwijtend aankijken.

Schuldbewust zit ik achter mijn laptop en probeer vooral niet te kijken naar de stapel vers gestreken was naast mij. Vriendlief is al meer dan drie uur aan het strijken. Omdat. Ik. Het. Niet. Doe. Onze vakantiekleren zitten erbij - we zijn al een maand terug - en alles van daarna. Ik zou strijken (hij werkt, doet boodschappen en kookt), maar dééd het dus niet. Tot hij er vanmorgen genoeg van had. Hij had niets meer om aan te trekken. Ik schaam mij diep.

Alleen: ik strijk écht niet graag. Ik ben namelijk niet in de wieg gelegd voor het huishouden. Opruimen doe ik wel, maar eerlijk gezegd ook niet zo goed. Overal liggen stapeltjes. Mijn idee van opruimen: stapelen. Met het poetsen wacht ik vaak tot we bezoek krijgen. (Intussen haal ik wel eens een nat doekje over het meubilair en spuit ik wat Fibreze door de kamer). Als ik de ramen één keer per jaar lap is het veel en bij het stofzuigen verplaatst ik zelden de meubelen. Ik wacht daar trouwens ook mee tot de vlokken je om de oren vliegen. Ook de afwas kan ik géwéldig negeren.

Mijn huishoudelijke eisen liggen dan ook niet zo hoog. Dat is prima als je alleen woont, maar als je samenwoont is het toch een ander verhaal. Nieuw leven, nieuwe regels. Ook strijkregels. Ik had nooit gestreken. Ik droeg mijn kleren altijd zo van de draad, maar vriendlief houdt wél van gestreken hemden, broeken, ja zelfs T-shirts. Ik nam die taak op mij, want hij doet dus inderdaad de boodschappen en kookt). Een tijdje ging dat goed, maar de laatste maanden heb ik het moeilijk om er aan te beginnen. De berg is zo hoog dat ik al bij voorbaat moe word.

In my defence: over wassen doe ik nooit moeilijk. Na het sorteren is dat een kwestie van alles in de trommel zwieren en aanzetten. Ophangen doe ik dan weer niet graag. Vooral niet als er veel sokken, zakdoeken en onderbroeken bij zitten, klein grut. Ik laat de was nadien ook eindeloos hangen, als alles allang droog is. Dat komt dan weer omdat ik niet graag strijk en vroeger alles van de draad pakte en het direct aantrok. Maar zo ontstaat er dus in ons tweepersoonhuishouden een serieuze wasopstopping. En dat kan je wel even negeren, maar niet eeuwig. Zoals nu dus.

Ach, nu ik mijzelf toch als Slechte Huisvrouw aan het etaleren ben. Ik kan zelfs niet goed wassen. Lichtgekleurd gooi ik met gemak bij witte was. Gevolg: de witte Hugo Boss-hemden van mijn vriend kwamen grauw uit de trommel. Schuldbewust ben ik snel een doosje Blau gaan kopen om de niet-meer-zo-witte hemden weer wit te krijgen. Dat is gelukkig aardig gelukt. De hemden worden weer gedragen. Maar dus nog niet gestreken.

Ik ben nu trouwens lekker op dreef om mijn hart te luchten. Ik heb er namelijk ook een handje van om de trommel véél te vol te proppen. Waarom ik dat doe is mij een raadsel. Liever dan alles in twee keer te wassen, prop ik die hoop er steeds in één keer in. Weg is weg. Zelfs nu ik weet dat je hierdoor de levensduur van je wasmachine aanzienlijk inkort, blijf ik dat doen. Niet vreemd dat ik meer wasmachines heb versleten dan goed is voor een mens.

Eenzame sokken

Andere dingen leer ik dan weer wel af. Wel pas nadat het een keer goed misloopt. Te heet wassen bijvoorbeeld. Ik doet mij nog altijd pijn ben dat mijn lievelingsvest zodanig kromp dat zelfs een baby er niet meer in paste. Het ligt nog altijd ergens in een kast, omdat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om het weg te gooien. Sinds dat drama heb ik dus maar één stand: 40 graden. Altijd safe.

Er is een ander wasprobleem waar ik al vaak mijn hoofd over heb gebroken en dat ik dolgraag zou willen oplossen: waar blijven sommige sokken? Er gaat geen was voorbij of ik blijf zitten met een enkele, soms zelfs meerdere eenzame sokken. In afwachting van het vinden van de andere sok leg ik ze op een stapeltje. En baal.

Die andere sokken komen uiteindelijk zelden of nooit meer boven water en het stapeltje solosokken groeit dus gestaag. Geregeld gooi ik die eenzame-sokken- stapel dus maar gewoon weg (probleem opgelost) en koop ik nieuwe sokken (herinnering aan probleem opgelost). Geheid dat dan de andere sok van een weggegooid exemplaar ineens wél opduikt. Uit het niets!

Soms gebeurt het dat ik twee vervreemde sokken na lange tijd kan herenigen. Dat maakt mij zo blij als een kind. Plechtig leg ik ze verenigd terug in de kast. Alsof ik iets van mijn te-doe-lijstje kan schrappen. Nog maar tien enkele sokken, tel ik daarna mijn eenzame-sokken-stapel.

Soms ga ik echt op sokkenjacht. In de wasmand, onder het bed, in de badkamer of de trap (onze wasmachine staat in de kelder). Sinds ik dekbedden en kussenslopen binnenste buiten keer vind ik wel al eens vaker een sok terug, maar dus niet allemaal. Dus blijft de vraag: waar die nog niet teruggevonden sokken zijn gebleven? Deze vraag houdt mij al jaren bezig en nu schrijf ik er zelfs over. Ik weet het: ik zou beter gaan strijken...maar ondertussen is de berg strijk bijna verdwenen en wordt er zo voor mij gekookt! En ik ga morgen maar weer eens nieuwe sokken kopen en met een schone lei beginnen.

Zunke

Zunke op Facebook.

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond