Ik ben een meisje

26-07-2011
Zunke
Ik ben een meisje

Zunke is van binnen vaak niet ouder dan een kind van vier jaar, dus als ze de zon voelt, spreekt ze weer net als toen. Over de dingen.

Vorige week heb ik maar liefst vijf panty's versleten, alleen bij het aankleden. Pas bij nummer 6 slaagde ik er in om er eentje ongeschonden over mijn benen te trekken én op te hijsen zonder de volledige rand er af te trekken (panty 3, nét uit de verpakking), of één of meerdere ladders te veroorzaken (panty 1, 2 en 4) of bij het dichtritsen van mijn laarzen een langwerpig zichtbaar gat te maken (panty 5).

Toen ik hierover in familiekring begon te klagen, meer bepaald over de slechte kwaliteit van panty's, vroegen mijn zussen en moeder bijna in koor: "Maar, hoe trek jij dan een panty aan?" Dat vond ik een rare vraag, dus antwoordde ik. "Nou, gewoon." Mijn vriend zat erbij, maar hield zich verdacht stil, hoewel hij als enige getuige was geweest van mijn pantybloedbad én zelfs een korte snauw had gekregen toen hij bij panty 3, zelf al helemaal tip top aangekleed, vroeg: "Mag ik zo mee?" Nou, probeer daar maar eens aardig op te antwoorden als je met de rand van je panty in je handen staat en de ravage aan het opnemen bent.

"Als een spijkerbroek. Ze trekt haar panty omhoog als een spijkerbroek," hoorde ik mijn vriend plots zeggen. Iedereen begon keihard te lachen. Behalve ik dus. Ik was eerst stomverbaasd en vond het daarna beschamend dat ik 'op mijn leeftijd' klaarblijkelijk nooit ben ingewijd in de kunst van het panty's aantrekken.

Kwajongens-meisjes

Ik ben nooit een meisje-meisje geweest. Als tiener liep ik het liefst rond in een slobbertrui met spijkerbroek en gympies. Ik deed ook nooit iets speciaals met mijn haar, maakte mij alleen kortstondig op in mijn Kim Wilde-periode (zwarte eyeliner of zwarte kohlpotlood) en mijn eerste beha smeet ik na twee dagen in een hoek, omdat ik mij afschuwelijk 'gevangen' voelde. Dat was althans de uitleg die ik gaf aan mijn moeder, die de beha voor mij had gekocht.

Verder zat ik, en niet een van de buurjongens, in de hoogste top van de boom achter het huis, nam ik het op tegen etters van knulletjes van een straat verder, die mijn zus hadden beledigd. Dus werd ik ook in de buurt meer als een kwajongen gezien waarmee je beter rekening kon houden.

Ik vond het prima zo. Meisjesdingen waren aan mij niet besteed. Gelukkig stond ik niet alleen, dus zei ik steevast tegen mijn eveneens kwajongen-vriendin: "Als ik die dingen (borsten) ooit krijg, snijd ik ze er af." Waarop zij instemmend knikte. Wij waren de kwajongens-meisjes, de tomboys.

Toch moet ik als peuter meer dan één keer beledigd en stuurs hebben gereageerd als oude vrouwtjes mij over mijn bol aaiden en zeiden: "Wat een leuk kereltje, ben jij." Ik keek in zo'n situatie strak terug en zei vervolgens gedecideerd: "Ik ben een MEISJE." Die vrouwtjes schrokken zich dan te pletter, maar dat deerde mij niet.

Romantiek in de fontein

Waarom ben ik het dan nooit echt geworden: een meisje? Ik herinner mij zelfs nog hoe ik toen ik toch al dertig-en-nog-iets was eens romantisch op de rand van de fontein zat met een toenmalig vriendje. Die had, besefte ik achteraf, alle moed bijeen geraapt om een hét onderwerp aan te stippen. Zijn betoog kwam er kort gezegd op neer dat hij suggereerde dat ik mij misschien soms toch wel eens vrouwelijker kon kleden. Hij was erg voorzichtig en genuanceerd, want hij specificeerde nog dat hij het niet had over 'je vrouwelijker gedragen,' maar over mijn nog altijd vrij seksloze garderobe.

Het werd een kort gesprek. Hij kreeg van mij namelijk zo'n orkaan over zich heen: dat vrouwelijkheid niet uit stiletto-hakken komt, nee zelfs niet uit een push-up beha, maar enkel en alléén van binnenuit.

Hij was zo geschrokken dat hij direct inbond en bij het opstaan op de rand ging staan en niet richting huis, maar pardoes de fontein in liep. Hij heeft er nooit meer één woord over gezegd. Maar zijn volgende vriendin droeg wel een strakke panterlegging en stiletto's merkte ik op toen ik hen eens tegenkwam.

Je zou misschien verwachten dat mannen mij sindsdien - of daarvoor al - links lieten liggen, maar op dat vlak mag ik niet klagen. Misschien dat ik daarom nooit de nood gevoeld heb om te vervrouwelijken. Dus waarom ze zeggen dat de meerderheid van de mannen houdt van decolletés en korte rokjes die tegen de billen tikken, is mij een raadsel, want ik zweer dat ik mij aan beiden nooit schuldig heb gemaakt.

Vervrouwelijken

Toch ben ik dus de laatste jaren aan een vervrouwelijkingsproces bezig. Het begon met het op regelmatige basis haarvrij houden van oksels en benen. Daarna ging ik bijna ongemerkt, ook voor mijzelf, een beha dragen (eerst een sportieve, dat wel), weer later waagde ik mij zelfs korte tijd aan de string (ik zeg wel: korte tijd, want ik vind het gewoon niet lekker zitten tussen de billen) en heb nu zelfs lingerie met mooi bij elkaar passende slipjes en bustehouders in de la van mijn kast liggen. Ook kocht ik al eens links en rechts een lippenstiftje en wat doosjes oogschaduw, die ik overigens zelden gebruik, maar toch. Tegenwoordig ga ik ook altijd winkelen met mijn vriend die dat bijzonder graag doet en aan wiens gezicht ik direct zie of hij iets - dat ik net uit de rekken sleur - niet mooi vindt. Niet dat hij het ooit zegt. Hij is verstandig.

Zijn aanpak lijkt te werken. Dus heb ik onlangs wat jurken en rokjes in huis gehaald en als je die 's winters wilt dragen, moet je je benen dus bedekken of je loopt een fikse blaasontsteking op. Aan de kunst van het aantrekken van een panty was ik simpelweg nog niet toegekomen. Het is een nieuwe fase in mijn proces, vrees ik.

De weg van mijn vervrouwelijking is, zoveel is duidelijk, niet vlak geplaveid, maar gaat over hindernissen en meer dan eens moet ik onderweg de weg vragen. Hoe vaak ik al voor de meest evidente dingen aanklopte bij vriendinnen die mij dan geduldig uitlegden hoe of wat. Maar ik vermoed dat ze soms hun perfect geëpileerde wenkbrauwen fronsten bij het hoen van zoveel maagdelijke vragen inzake make up, lingerie en ontharing.

Het is ook best confronterend om te merken dat alledrie mijn zussen blijkbaar al van zeer jonge leeftijd weten dat je een panty niet moet ophijsen als een spijkerbroek, maar dat je die met veel gevoel en uiterst voorzichtig moet oprollen en dan langzaam van je voet naar je dijen moet afrollen om vervolgens heel zachtjes en rustig alles op zijn plaats te krijgen - bijtrekken - en dan, als er genoeg 'kruis' over is pas geduldig over je billen te hijsen.

Hoewel ik de scène vast al honderden malen moet hebben gezien in een of andere film heb, zijn de essentiële vaardigheden waarmee je zoiets doet mij altijd ontgaan. Mijn jongste zus heeft mij in een moeite ook geleerd dat je een panty altijd te groot moet kopen. Ineens wist ik ook weer waarom ik, net als bij mijn eerste beha, ook mijn eerste panty in de hoek heb gesmeten. Ik voelde mij afschuwelijk gevangen, maar hij was gewoon te klein.  

Zunke

Zunke op Facebook.

*foto's: Ludo Morris

Reacties (1)

  • 05-08-2011 12:47
    Jan sloot

    Je moeder die hier op bezoek is vertelde over het nieuwe magazine. Ik heb je colum met plezier gelezen. de rest nog niet.
    Groeten en tot ziens
    jan

    Antwoorden
 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond