Hoe ik mijn eerste skivakantie overleefde

09-11-2011
Zunke
Hoe ik mijn eerste skivakantie overleefde

Zunke is van binnen soms niet ouder dan een kind van vier jaar en als ze de zon voelt, spreekt ze weer net als toen. Over de dingen.

"Niet te dicht bij de kant skiën," roept mijn skijuf nog. Haar woorden zijn nog niet koud of het licht gaat uit. Als ik weer uit de sneeuwhoop tevoorschijn kom - op één ski - staat de rest van het skiklasje mij meewarig aan te kijken. Ik zie er dan ook uit als een sneeuwpop. "Verdammt," roept mijn skijuf.

Ik heb nooit verlangd naar wintersport, had ook nooit het gevoel dat ik iets miste, maar toen ik mijn liefje leerde kennen, begon hij er al vrij snel over. Of ik zin had om met hem op wintersport te gaan? Nou, dat wilde ik wel. Ik had weliswaar een hekel aan kou en verder had ik ook nog nooit op de latten gestaan, maar voor de liefde doe ik veel. Zo stond ik in maart ineens op een berg in Oostenrijk. Nou, viel dat tegen.

Te snel

Als beginneling heb ik mij opgegeven voor de skiles. De eerste dag is nog veelbelovend. De skijuf complimenteert mij, terwijl ik gloeiend van trots de babypiste afglijd. Omdat het niveau in ons klasje hoog ligt, gaat het snel vooruit. Te snel, zo blijkt algauw.

Terwijl wij in de lift naar boven gaan - en zich onder ons een sneeuwstorm ontwikkelt - probeer ik uit alle macht om mijn geleende skibril te poetsen. De glazen zijn zo beslagen dat ik geen hand voor ogen zie. Mijn gewrijf maakt het alleen nog maar erger. Maar we moeten alweer vertrekken.

Dan maar met dichtgeknepen ogen de berg af. Tussen mijn wimpers probeer ik nog iets van de piste te zien. Dat gaat niet al te best en meer dan eens ga ik op mijn gezicht. Mijn lerares blijkt ineens weinig geduldig. Samen met de andere kneus van de klas breng ik haar meer dan eens aan het zuchten.

Op dag twee wil ik 's morgens uit bed springen, maar een snerpende spierpijn doet mij ter plekke in elkaar zakken. Ik schuifel naar de wc en vraag mij af: Hoe ga ik deze dag doorkomen? Uiteindelijk vergeet ik mijn spieren, want ik heb het veel te druk met mijn bochtenwerk. Tot ik dus in die sneeuwhoop verdwijn.

Terwijl ik nog trillend op mijn benen sta bij te komen en besef dat ik nu weet hoe het voelt om in een lawine te belanden, prikt mijn lerares met haar stokken in de berg sneeuw. Op zoek naar mijn verdwenen ski. Twintig minuten prikken verder hebben we het rotding weer gevonden. Jammer, denk ik in mijzelf, terwijl ik mijn tweede ski weer onderbind.

Als ik voor de zoveelste keer onderuit ga en mijn knie probeerde te bevrijden uit een bizarre positie, waarbij mijn kniebanden nogal gevaarlijk worden opgerekt, hoor ik ineens een bekende stem. Mijn liefje plukte mij uit de sneeuw. "Gaat het een beetje," vraagt hij. "Nééé, het gaat hélemaal niet," roep ik al snikkend uit. "Ik wil niet meer." Hij kijkt mij even aan en zegt dan een beetje streng: "Het gaat wel lukken. Even doorzetten." En weg is hij.

Te hoog

Op dag drie houd ik het na de middag voor gezien. Als een koppig kind weiger ik nog terug te gaan naar mijn skiklas om mijzelf nog een paar uur te (laten) kwellen. Ditmaal ga ik met mijn liefje, die een veel geduldiger skileraar blijkt te zijn, de piste op. Eindelijk begin ik wat lol te krijgen in het skiën en ook het weer klaart helemaal op. 

Vandaar dat we besluiten om een koffie te gaan drinken op een voor mij nog onbekende plek. Het uitzicht zou er prachtig zijn. Dat had een alarmbelletje moeten doen gaan rinkelen bij mij. Onderweg naar boven vind ik het al vreemd dat we niet een, maar twee verschillende liften moeten nemen om ons einddoel te bereiken.

Op de hoogste top van alle bergen in de hele omgeving, zie ik dat het uitzicht inderdaad adembenemend is, maar ik ben er niet gerust in. Ik moet wél nog naar beneden. Is dit niet wat te hoog gegrepen voor mij? Maar ik houd mijzelf voor dat de anderen wel weten wat ik wel en niet aankan.

Als ik even later over de rand kijk, naar beneden, word ik niet goed. No way, dat ik deze berg de baas kan. Links en rechts zoeven ervaren skiërs mij voorbij, terwijl ik verstijfd en als een oude oma de berg probeer af te skiën. Het huilen staat mij nader dan het lachen. Boos roep ik: "Hoe kunnen jullie denken dat ik hier al klaar voor ben."

Mijn vriend probeert mij zenuwachtig naar beneden te loodsen. Ik probeer krampachtig in zijn spoor te volgen en ondertussen alle skiërs en snowboarders te ontwijken. Wat is het hier smal! Er komst ook geen einde aan. Na elke bocht zie ik weer een enorme weg voor mij liggen. Anderhalf uur heb ik uiteindelijk nodig om beneden te komen. Een hel, geloof mij. Zeker als je nog niet kunt remmen. Na afloop heb ik heel wat Jägertheetjes nodig om bij te komen.

Geen publiek

De laatste dag blijf ik lekker op mijn eigen berg. Die is breed en niet te steil. Bij de laatste afdaling probeer ik nog eens te remmen. Ditmaal gooi ik mijn hele lichaam in de strijd en verdomd. Terwijl de nodige sneeuw opstuift, sta ik binnen enkele seconden stil. Ik kijk om mij heen, maar mijn liefje is nergens te bekennen. Ik rem nog verschillende keren en ook ditmaal lukt het. Niemand die het heeft gezien. Maar ach. Ik heb het overleefd. Mijn eerste skivakantie.

Of skiën iets voor mij is, weet ik nog altijd niet. Maar een ding weet ik wel: dit voorjaar gaan we lekker naar de zon.

Zunke

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond