Be nice to people on your way up...

23-04-2012
Zunke
Be nice to people on your way up...

Het eerste dat ik ooit las binnen de muren van de School voor de Journalistiek in Utrecht stond geschreven op de binnenkant van de deur van de wc: Be nice to people on your way up...(het vervolg stond een regel lager en liep slordig en schuin naar beneden)... you might need them on your way down. Dat las ik dus toen ik voor het eerst een voet over de drempel zette - en direct nogal dringend moest plassen - en dus linea reacta naar de toiletten liep, ondertussen nieuwsgierig om mij heen kijkend in de voor mij nog altijd leukste school van Nederland.

Eenmaal over de drempel was mijn eerste vraag dan ook: "Waar zijn de toiletten?" In het laatste wc-hokje stond het dus op de deur: in dikke zwarte viltstift. Ik las het toen ik ging zitten, alles liet lopen en van pure opluchting even zuchtte en daarna opkeek.


Soms beschouw ik die ene zin als de belangrijkste les die ik er heb geleerd. Niet dat ik zelf voortdurend 'on-nice' ben geweest tegen mensen, collega's, bazen en stagiaires - hoop toch van niet - en misschien ben ik wel ooit 'up' gegaan in de schrijverij, maar dat is nooit mijn drijfveer geweest en zelfs nu, na 25 jaar professioneel schrijven, is dat nog altijd niet belangrijk voor mij. Schrijven, puur en alleen voor het geld, het blokkeert mij, als schrijver en journalist, want ik ben wel meer dan eens in mijn leven noodgedwongen broodschrijver geweest. Ik kan het toch niemand echt aanbevelen... als je tenminste niet zo zakelijk bent aangelegd, zoals ik dus.

De waarheid bestaat niet
Gaan schrijven als journalist doe je in de eerste plaats nooit voor het geld of om carrière te maken, maar uit een soort idealisme en omdat je waarde hecht aan het vertellen van de best mogelijke benadering van 'de waarheid.' De waarheid bestaat namelijk niet eens of   heeft op zijn minste heel veel gezichten: iedere journalist moet zich daar altijd en voortdurend van bewust zijn. Zo heb ik het toch geleerd en zo bekijk ik de wereld en het leven.

Ik zie 'de waarheid' dan ook als iets waar je soms helemaal 'omheen' moet lopen, tot je het van alle kanten hebt 'gezien.' Als je alleen maar 'rookgordijnen' ziet, moet je niets doen of iets anders proberen en zeker niet publiceren. Dát moet je als journalist elke dag en héél goed beseffen als je heel stellig iets hoort beweren en het vervolgens zelf ook beweert. Ook en vooral als je onder druk wordt gezet door bazen en collega's is dat lastig, maar je hoort je dan te verzetten, want zo gebeuren er volgens mij niet alleen kleine, maar ook grotere 'ongelukken.'

Inspiratie
Wat zet mij dan wel aan tot het gaan zitten en het beruchte 'lege, witte vel papier' te pakken en te beginnen. Inspiratie? Natuurlijk. Zonder inspiratie kun je geen letter op papier krijgen, maar ik heb altijd het tegenovergestelde probleem dan 'geen inspiratie hebben.' Er zijn te veel verhalen, die vaak vanzelf naar mij toe komen, die ook mij niet toebehoren, maar die ik dus zelden of nooit ergens kon 'vertellen' en waarvan ik vind dat die verteld horen te worden... dat is vaak even lastig of misschien nog veel lastiger als 'geen inspiratie hebben.'

De belangrijkste reden waarom ik na 25 jaar journalistiek nog altijd schrijf, is: omdat ik het zo graag doe en er nog altijd heel veel plezier aan beleef. Ik heb van mijn hobby mijn werk kunnen maken. Journalist mogen zijn is een beroep waarbij je naar buiten mag én moet en met zoveel verschillende mensen kunt spreken over wat hen drijft, beweegt, 's morgens doet opstaan...

Een avontuur

Journalistiek is ook een avontuur, omdat je 's morgens vaak niet weet wat er die dag allemaal op je pad komt en waar het 'nieuws' je heen zal voeren ... het is een luxe. Ik schrijf ook, omdat ik vind dat er veel is dat niet wordt verteld en wordt weggemoffeld. Verder heb ik het ook nodig om te schrijven - en mijn eigen fantasie te mogen gebruiken - in korte stukjes, zonder te tieren en te vloeken, want iedereen heeft zo zijn eigen stijl en dat is goed.

Toch vind ik ook nog altijd en positiever dan ooit dat mensen recht hebben om dingen te weten, dan weer schrijf ik, omdat ik mijzelf of anderen wil vermaken met verhalen, schoonheid, troost, plezier, begrip ... Verder schrijf ik ook voor mijzelf; schrijven is een manier om de zaken voor jezelf op een rijtje te krijgen en structuur aan te brengen.

Ten slotte zijn er verhalen die ik liever voor mijzelf houd, want iedereen heeft recht op 'een eigen tuin'' in zijn of haar hart. Voor sommige zaken is het dan weer simpelweg te vroeg om er over te 'verhalen.'

In de prullenbak


Het was in elk geval erg prettig dat mijn eerste vaste baan bij een krantenredactie was in Brussel. Hoewel ik eerst een jaar op de stadsredactie belandde in Antwerpen. Die bestond buiten mij uit... niemand. Wat een fijn jaar was dat. Door die mooie stad wandelen en in dat prachtige stadhuis komen..., maar de jaren erna ontdek je dat de geschiedenis zich steeds opnieuw herhaalt en dat vooral de ellende en wat er allemaal misloopt én gaat een plaats krijgt op de belangrijkste pagina's... -

Je ziet dat en al het goede in de wereld, dat ook altijd en overal bestaat, niet belangrijk is. Dat de mensen die verandering nastreven of gewoon oprechte schoonheid creëren, onrecht hebben bestreden regelrecht in de prullenbak belanden (tenminste: de persmappen die ze sturen) en zijzelf figuurlijk gezien dus ook.


Na mijn jaren op niet-makkelijkste-kranten-redacties, volgens mijn vroegere stagebegeleiders, diende ik na heel lang nadenken en enkele mislukte pogingen van solliciteren mijn ontslag in en vertrok niet veel later met een rugzak en een fototoestel naar het Verre Oosten. Het klinkt heel cliché, ik weet het, maar ik heb in dat jaar misschien wel het meeste geleerd...

Positief nieuws is ook nieuws
Mijn reis voerde mij langs Azië en Australië, waar ik zes maanden in mijn eentje rondtrok in een knalgele en versleten bus, een Bedford die tachtig kilometer per uur reed, die mij ook in de woestijn niet in de steek leek en die ik omdoopte tot 'Trust,' hoewel de vrouw van wie ik hem kocht mij had verteld: "Zij heet 'Oasis."


Onderweg schreef ik soms lange mails naar 'huis.' Dat deed ik liever naar iedereen individueel en niet op een openbare blog. Ik herinner mij nog hoe blij ik was als ik soms na dagen - of wel eens na weken - kabel die was meegesleurd door een olietanker - een internetcafé vond en binnen stapte en ineens een hoop 'post' in mijn mailbox vond: van familie en vrienden...die dan weer verhaalden over hun leven...de dood van een vrouw...


Het was een jaar, trouwens ook een eeuwwisseling, waarin ik niet heb geschreven, voor geld, bedoel ik dan. Het was een jaar waarin ik vooral de lokale of nationale Engelstalige kranten las en altijd op zoek ging naar een krantje en een lekkere koffie. Ik heb ook belachelijk veel foto's gemaakt in het begin, totdat ook dat verminderde en ik, dat besefte ik pas achteraf, dat ik eigenlijk op zoek was naar het opnieuw terugvinden van mijn plezier in het schrijven of misschien wel mijzelf.


Eenmaal thuis begon ik na een paar maanden gewoon maar wat te tikken op een inmiddels aftandse pc. Ook besloot ik na maanden van plezierig schrijven en huizen 'passen' en katten verzorgen weer eens wat te 'publiceren.' Ik zette heel voorzichtig een van mijn pennenvruchten, anoniem op mijn My Space profiel, en vertelde het tegen vijf mensen. Zomaar..., zo van: wat vinden jullie hiervan?

Titels, covers en rode draden
Diezelfde dag kreeg ik een email van iemand uit de wereld van kleine en grote uitgeverijen, die had het doorgestuurd gekregen van ik-weet-nog-steeds-niet-wie-van-de-vijf en of ik niet diezelfde middag even wilde gaan praten met 'die meneer' van een best behoorlijk gerenommeerde uitgeverij...


Natuurlijk ben ik, wel weken later (op zoek naar woonruimte en een baantje), eens gaan praten. Er werd mij gezegd: '...als we nu eens die titel op de cover zetten ... en de rode draad moet je wel verder uitwerken ... en hoe zie je zelf de afbeelding op de voorkant...' Het was allemaal wat overweldigend en ik zweeg en bedacht mij: misschien moet ik nu heel erg blij zijn, maar de waarheid was ditmaal niet te ontkennen: ik was het niet. Blij. Na afloop liep ik in slow motion naar buiten en bedacht mij: ...dat gaan we mooi niet doen...


Waarom was ik niet blij? Tijdens het gesprek kwam er ineens een 'opstandig' stemmetje in mij naar boven, dat mij vertelde: 'Laat je het plezier in het schrijven, dat je nog maar zo recent hebt teruggevonden, niet zo snel weer afnemen door iemand die alleen maar praat over 'covers' en 'titels' en 'rode draden' ...iemand die misschien jouw column niet echt heeft gelezen... want zijn voorstellen rond 'covers' en 'rode draden'... ik weet niet...  passen toch niet echt bij wat je hebt geschreven ...'


Misschien heb ik te weinig moeite gedaan om 'up' te komen, maar ik ben altijd wel blijven schrijven en luisteren. Eerlijk is eerlijk: mijn rekeningen kon ik soms amper betalen, en toch heb ik het altijd - soms met wat hulp van familie en vrienden - ook gered.


Ik heb dus verder nooit een huis gekocht, want ik wilde mij niet klem zetten met een hypotheek, dus eigenwijs ben ik ook....  Als ik al eens wat geld verdiende, zette ik dat om in herinneringen in verre landen en niet in bakstenen... en ja, ik moet het achteraf wel toegeven: qua pensioen is dat inderdaad niet slim, maar dat besef je natuurlijk pas veel later.


Bovendien ga ik ervan uit dat ik tot mijn laatste adem blijf schrijven en zal moeten werken voor mijn boterham, dus...dat valt alweer mee, want: werken is erg gezond. Het enige waar ik spijt van heb, is dat ik zoveel jaren alleen maar heb gewerkt...nooit thuis was.


Dat ik de man van mijn leven pas ontmoette toen ik 44 jaar oud was, is niet erg; dat ik daardoor misschien nooit kinderen heb gekregen, valt ook wel mee, want ik heb 'kinderen' over de hele wereld.

Als kinderen iets wordt aangedaan, kruip ik namelijk het allerliefst in de pen. Kinderen bekijken het nieuws ook veel positiever. Niet voor niets ging een van mijn verhalen in het laatste jaar over 'de kracht van het Jeugdjournaal' en waarom ze daar in het begin de ene primeur na de andere hadden...

...geen letter geschreven
Bitter? Nee hoor. Ben er een jaar alleen met mijn rugzak op uitgetrokken, heb de halve wereld gezien en prachtige foto's - vooral in mijn hoofd - gemaakt. Ik heb met reuzenschildpadden gezwommen, langs paden van Aboriginals aan de Oceaan gelopen, in mijn eentje dolfijnen zien springen en duiken, mij gedoucht voor het oog van drie nieuwsgierige knalgroene kikkers, een lieve krokodil van vier meter gezien, George, nog eens drie dolfijnen gezien die twee meter van mij vandaan zwommen en tuimelden, die mij overigens twintig minuten hebben vergezeld, ik heb kleine pinguïns zien duiken op eerste kerstdag ...en er dus geen letter over geschreven.

"Hoe was het," vroegen mensen toen ik eenmaal terug was? Hoe kun je nu antwoord geven op die vraag? Bovendien: als ik eenmaal iets begon te vertellen... piepten ineens allerlei gsm's: het sms'en was tijdens mijn afwezigheid plotseling opgekomen ... Vreemde gewaarwording: iedereen die ineens zijn gsm op tafel legde, zelfs tijdens het eten of tijdens een kopje koffie ergens in een praatcafé... want ook dat viel ineens erg op na de stilte: er wordt wat afgepraat...en niets gezegd...

In de dierentuin
Om mijn rust en stilte te bewaren, heb ik zelfs eerst zes weken in de dierentuin gewerkt. In Australië had ik mijn liefde voor de natuur en de buitenlucht én de dieren naar hartenlust kunnen herontdekken en dieren die praten anders... want na een tijdje kwamen ze vanzelf naar mij toe en ze hadden heel wat te vertellen ... Ik bedacht mij, daar in die dierentuin, dat ik eigenlijk niet wist of ik überhaupt nog wel in de journalistiek wilde werken, want er is natuurlijk ook wel meer in het leven dan journalist zijn.

En eerlijk is eerlijk, zo leerde ik toen het lokale journaille van de stad op bezoek kwam voor de geboorte van een aapje en ik ze zwaaiend tegemoet trad... eigenlijk zijn er buiten tal van geweldige en leuke collega's ook een hoop vervelende journalisten, die je op zo'n moment van top tot een aankijken met een meewarige blik: van haar is ook niet veel terecht gekomen...zie haar nu staan in haar groene broek en bloesje. Het gonsde nog jaren in de wandelgangen: alsof ik er jaren had gewerkt...


Dat zijn dus vaak de mensen die jouw ideeën pikken, die je nog hebt geholpen, die geen telefoonnummer delen en dat zijn dus vaak ook degenen die - erg genoeg - over elkaar heen rollen als er een of ander postje te verdelen is ... zo had ik het mij destijds als student toch ook niet helemaal voorgesteld...


Hoewel ik de dingen pas allemaal veel later écht besefte, daar dus op dat moment aan de ingang van de dierentuin, bleek ik een enkele collega/vriend te hebben gehad, want die was blij mij te zien. Het was een fotograaf, met wie ik vaak op pad was gestuurd.

Maar weet je, eigenlijk ben ik daar allemaal nooit zo mee bezig geweest destijds.
Het was de liefde voor mijn vak en de energie die ik kreeg van de mensen die ik interviewde, die het mogelijk maakten dat ik soms tachtig uren per week werkte en er - weer achteraf gezien - nauwelijks voor werd betaald... Ik was simpelweg gelukkig.

De leukste school van Nederland
Die liefde voor mijn vak heb ik geleerd op de School voor de Journalistiek. Net als de principes die sommige docenten mij hebben hebben bijgebracht en die ik nog steeds zeer hoog in het vaandel draag en blijf koesteren.


Net als de vele interessante lessen, over Europa, China en de rest van de wereld en al die actuele thema's waar op in werd gespeeld... en dat de tijd hen dus gelijk heeft gegeven, want ik zie nog elke dag om mij heen dat wat ze mij destijds vertelden: het is allemaal uitgekomen... want als journalist moet je natuurlijk wel in staat zijn de tijdsgeest te zien, begrijpen en 'vatten' en hierdoor vooruit te kunnen blikken in de toekomst...nog zo'n wijze les die ik er heb geleerd. Geschiedenis ging leven, economie kwam tevoorschijn uit boeken en ging leven, statistieken en getallen werden mensen ...


Ook zinnen als: "Het nieuws ligt op straat," "houd je niet aan je tien vragenlijstje, maar maak er wel een, desnoods in je hoofd..." "Speel vooral in op de woorden van de mensen." En natuurlijk: het 'hoe' en 'wat' en 'wanneer' en 'waar,' maar vooral het 'waarom'... en dat dit altijd beantwoord moet zijn in je inleiding of dat je nooit té open vragen moet stellen, maar ook geen dwingende dingen moet zeggen of zelf al alles moet invullen voor een ander.. ook omdat mensen hun hersenen dat allemaal niet 1, 2, 3 kunnen verwerken en je dus geen goede antwoorden krijgt. En vooral: dat je veel moet zwijgen en luisteren, stiltes moet laten vallen, soms echt even moet doorvragen en een onzichtbare muur moet doorbreken...


Ook leerde ik er dat je mensen soms tegen zichzelf moet beschermen en dat je in de meeste gevallen in krantenartikelen geen namen voluit hoeft te schrijven, als het gaat om nog niet veroordeelde mensen... en zo kan ik nog eindeloos door blijven gaan....
Dat het nieuws voor je neus, op straat, voor het oprapen ligt, leerde ik in West-Afrika, waar er destijds geen communicatiemiddelen waren en je dus ook niet weet wat er gaande is aan de andere kant van de wereld, maar dat je hierdoor wel scherper begint te zien wat er recht voor je neus gebeurt...


Dat positief nieuws wél nieuws is, leerde ik in Azië, waar men op de voorpagina ook wel eens het wel en wee van een zieke olifant durfde te plaatsen en ik herinner mij ook de blijdschap van de lezers als het kolossale beest, dat natuurlijk wél met naam en toenaam werd genoemd, weer op was gestaan en weer vrij rondliep ...

Daarom, en misschien nog wel om 1001 andere redenen, is er nu ziezózon...

... het is de vrucht van 25 jaar van kranten, televisie, allerhande tijdschriften en dus vooral: de liefde voor mijn vak en hoe ik ben opgevoed en wie ik gewoon ben... een doodeenvoudig mens en een simpele journalist die leeft en werkt op de enige manier die ze kent... uit liefde voor mijn vak.

Die liefde heb ik, als journaliste en als mens, bij momenten als een leeuwin, godzijdank nooit als een 'draak,' bewaakt. Dat heeft mij werk gekost, ontslag... hoewel dat eerder een zaak was van nou ja: een man die zijn macht gebruikte..., maar misschien ook om andere redenen, want als je je principes wilt handhaven en het algemeen en teambelang blijft verdedigen, krijg je vroeg of laat wel te horen:  'Je bent altijd zo lastig; je checkt veel te veel bronnen, maar ach...

...ik ben er achteraf blij om... Nu, na 25 jaar... en ja: er waren moeilijke momenten, maar ook hoogtepunten die onvergetelijk zijn en blijven en die ik dus nooit zal vergeten. Zoals - en nu ga ik even opscheppen - een ontbijtinterview met mijn lievelingsschrijver sinds mijn zestiende levensjaar: John Irving... Wat een aardige vent was dat en vooral: zo doodgewoon en aardig...

Het was een van de twee keren dat ik een boek liet signeren. De andere keer dat ik het vroeg, was aan Toon Hermans. De man die uit dezelfde streek komt als ikzelf en met wie ik gewoon even 'plat' heb gepraat in een mooie, groene tuin, nadat hij had verhaald over hoe hij als kind al 'schilder' was, omdat hij 'dames' en 'heren' had geschilderd op de toiletten ergens...een kleine conference was het..., maar ook verdriet, want zijn Rietje was toen al niet meer en hij was er als 'schilder' die een eerste boek uitbracht...

Op die momenten besef je toch niet wat er allemaal op de redactie speelt en wie er rondloopt en wie niet, of alle ideeën en kansen die sommige collega's en jezelf worden ontnomen, voorstellen die worden neergesabeld of simpelweg gestolen...

Dezelfde blijdschap beleef ik ook aan een interview met iemand van de plantsoendienst die mij aan het lachen maakt, vanwege een verhaal over grasmaaiers en rondvliegende hondenpoep ... het kan mij zo gelukkig maken als zo iemand je een anekdote vertelt en je ineens iets voelt kriebelen op je huid: dit wordt dus de 'kop...'

En dan die vele keren dat ik in het praatje achteraf een verborgen wereld ontdekte, als de cassetterecorder of de pen was opgeborgen, en de vuilnisman of saaie boekhouder soms ineens een muzikant, schrijver of iets ander boeiends bleek te zijn en zij pas echt vertelden wat hen drijft... want beste mensen: het is vaak als het interview is afgelopen, dat er écht wordt gepraat.


Als ik dus een ding heb geleerd als mens, journalist en als wijze levensles van mijn moeder en andere boeiende mensen die mijn pad kruisten: Be nice to people on your way up, you might need them on your way down...

Albert Einstein
Ik eindig met wijze woorden van Albert Einstein, die ik, besef ik nu, zelf had moeten opschrijven aan de binnenkant van die wc, die dag toen ik daar in het laatste wc-hokje aan het einde van de ruimte zat, na het plassen en ik even opkeek:

'I speak to everyone in the same way, whether he is the garbage man or the president of the university.'


― Albert Einstein

©Zunke

 

foto@Sharon-Anouk Brouns.

'Vrienden' worden met Mien Zunke?

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond