Alice en de Witte Koningin

01-08-2011
Niki

In Lewis Caroll's Alice in Wonderland vertelt de Witte Koningin Alice in Wonderland dat in haar land herinneringen in twee richtingen werken. Niet alleen kan de Koningin zich dingen uit het verleden herinneren, ze herinnert zich ook dingen die nog moeten gebeuren. 

Hoeveel beter zou ons leven er uit zien als we in het koninkrijk van de Witte Koningin zouden leven en niet alleen ons het verleden herinneren, maar ook de toekomst. In zo'n wereld zou je examen kunnen doen en dan pas achteraf studeren om er zeker van te zijn dat je in het verleden goed presteert. Het goede nieuws is dat wij volgens recente wetenschappelijke studies al in zo'n wereld leven.

Psi Phenomena

Daryl Bern, een sociaal psycholoog aan de Cornell University, heeft namelijk een reeks onderzoeken gedaan waarvan de resultaten binnenkort verschijnen in enkele van de meest prestigieuze psychologie tijdschriften: Journal of Personality and Social Psychology. Gedurende negen experimenten heeft Bern onderzocht of onze hersenen ook in staat zijn om te anticiperen op toekomstige gebeurtenissen.

De mogelijkheid van de hersenen om in de toekomst te 'zien' wordt in de psychologie psi phenomena genoemd. Hoewel er al eerder onderzoek is gedaan naar psi phenomena is er nooit wetenschappelijk bewijs gevonden. Bern's studies zijn uniek om dat er gebruik is gemaakt van standaard wetenschappelijke methodes die zijn gebaseerd op gevestigde principes in de psychologie. In de essentie heeft hij gebruik gemaakt van effecten die dus in de psychologie als waardevol en betrouwbaar worden gezien, bijvoorbeeld dat studeren het geheugen verbetert of dat als je iets vaker ziet dat je het een volgende keer sneller herkent. Bern heeft deze principes simpelweg omgedraaid.

Herinneren?

We weten allemaal dat het herhalen van woorden het ons makkelijker maakt om deze woorden in de toekomst te herinneren, maar wat als de herhaling plaatsvindt na de herinnering? In een van de studies van Bern hebben universiteitsstudenten een lijst met woorden gekregen. Na het lezen van de lijst werd hen een verrassingsoefening voorgelegd om de zien hoeveel woorden ze zich herinnerden. Daarna selecteerde een computer enkele willekeurige woorden van de lijst als zogenaamde 'oefenwoorden' en werd de studenten gevraagd deze woorden verschillende keren opnieuw in te typen. De resultaten van de studie toonden aan dat studenten beter scoorden op de verrassingsoefening, die later plaatsvond, dan op de praktijkoefening. Volgens Bern gaf het oefenen van de woorden, na de test, studenten de gelegenheid om terug in de tijd te keren en hierdoor was het gemakkelijker voor hen om de herinnering op te roepen.

Knuffelend katje

In een andere studie gebaseerd op het principe: als je iets vaker ziet, zul je het bij de volgende keer ook sneller herkennen, wilde Bern testen of je dit principe ook kunt omkeren. Een gekende test is: mensen een foto voorleggen en hen vragen om direct te zeggen of de foto een negatief dan wel een positief effect op hen heeft. Als het een foto betreft van een knuffelend katje kun je op de knop 'positief' drukken, is het een foto van maden op rottend vlees druk je op de knop 'negatief.'

Er is legio onderzoek hoe je de waarnemingsdrempel bij - dat als je iets vaker ziet dat je het bij een volgende keer sneller herkent - enorm kunt verbeteren: hoe snel je herkent of het een positieve, dan wel een negatieve foto betreft.

Ditzelfde gebeurt ook als je een woord zo snel ziet verschijnen - en verdwijnen - op een computerscherm. Het gaat zo snel dat je bewustzijn niet herkent welk woord je zag, maar je onderbewustzijn wel. Als je dus voor het knuffelend katje in een flits het woord 'gelukkig' ziet, zul je sneller het antwoord weten, maar als er even het woord 'lelijk' verschijnt zul je langer de tijd nodig hebben om een keuze te maken. Kortom: als je onbewust het woord 'gelukkig' waarneemt, maakt je verstand zich klaar voor 'gelukkige dingen.'

Bern pakte de zaken anders aan en liet het woord pas oplichten nadat de foto werd vertoond. Na de foto van het knuffelend katje werd er willekeurig een positief of negatief woord in een flits getoond. Uit de resultaten blijkt dat mensen de foto's sneller konden catalogiseren als de foto werd gevolg door een consequent woord, bijvoorbeeld steeds 'gelukkige woorden.'

Je zult het katje dus niet alleen sneller herkennen als het wordt vooraf wordt gegaan door een 'gelukkig woord,' maar je zult het ook sneller herkennen als het achteraf wordt gevolgd door een 'gelukkig woord.' Het was alsof de hersenen van de deelnemers tijdens het catalogiseren al wisten welk woord er zou volgen en dat beïnvloedde hun beslissing.

Wat nu?

Dit zijn slechts twee onderzoeken die Bern heeft gedaan, maar ook al zijn andere onderzoeken toonden deze retroactieve effecten. Uit de resultaten komt naar voren dat gemiddelde - niet helderziende - mensen in staat zijn om in de toekomst te kijken. Als we de resultaten van Bern accepteren als waarheid zal dit effect hebben op hoe we tot nog toe denken over tijd en natuurkunde.

Einstein geloofde al dat het observeren van iets 'hier,' effect kan hebben op iets 'ver weg,' iets wat hij 'duistere actie op een afstand' noemde. Moderne quantum natuurkundigen hebben al vastgesteld dat lichtpartikels lijken te weten dat ze in de toekomst iets zullen tegenkomen op hun weg en ze passen zich aan dit besef aan, terwijl er nog niets - een botsing - heeft plaatsgevonden.

Als de mensen tijd als een leugenaar beschouwen én een begrenzing aan ons herinneringsvermogen wil dat niet zeggen dat dit ook zo is. Zoals altijd in de wetenschap worden de bevindingen de wereld in gestuurd en volgen er reacties. Bern heeft al vaker de wetenschappelijke wereld op zijn kop gezet met zijn bevindingen. En zoals bij elke goede wetenschap is dat ook wat wetenschap hoort te doen: vooruitgang boeken. Het is ook niet omdat de uitkomst bovennatuurlijk is, dat de oorzaak dat ook is. En vergeet niet dat veel wetenschappelijke bevinden aanvankelijk werden afgedaan als klinkklare onzin: dat de aarde rond is en microscopische organismen om er maar een paar te noemen.

Laten we zeggen: bij een goede wetenschapper zal zijn vaststaande geloof hem niet in de weg moeten zitten bij het voeren en uitvoeren van zijn (tegen-)onderzoek. Zelfs als zijn vaststaande geloof gebaseerd is op hoe wij als mensen nu denken dat tijd en ruimte werkt. Maar misschien dat voor sommigen van jullie dit artikel helemaal geen verrassing is, omdat je allang wist dat je hier op een dag iets over zou lezen.

Bron: The Social Thinker

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond