Waar komt bijgeloof vandaan?

03-10-2011
Niki
Waar komt bijgeloof vandaan?

Halloween komt er aan en dat lijkt ons een mooi moment om het eens te hebben over de oorsprong van bijgeloof. Of je nu bijgelovig bent of niet, er zijn bepaalde zaken die in de volksmond van generatie tot generatie worden overgedragen, maar waarvan niemand nog de oorsprong kent.

Vrijdag de dertiende

De angst voor vrijdag de dertiende en de vrees voor het getal dertien zijn algemeen gekend. Maar wie besliste dat dertien een ongeluksgetal is en al helemaal als de dertiende op een vrijdag valt dat dit ongeluk met zich meebrengt.

Het blijkt dat er vele redenen bestaan om het getal dertien te vrezen. Volgens het christelijke geloof namen er aan het Laatste Avondmaal dertien personen plaats aan tafel, waarvan Judas als laatste zou zijn gaan zitten.

Volgens een Noorse sage was Loki de dertiende god en in het verhaal van Norna-Gest, als onuitgenodigde gasten op een verjaardag van een kind komen, waardoor er dertien gasten zijn, spreekt de laatste gast een vloek uit over het kind.

Ook de Perzen waren bang voor het getal dertien. Zij dachten dat elk sterrenbeeld duizend jaar zou heersen op aarde. Als de twaalf sterrenbeelden allemaal aan bod zijn gekomen, staat ons enkel nog chaos te wachten.

De oorsprong van onze schrik voor vrijdag de dertiende is van recentere datum. Pas in de negentiende eeuw wordt er voor het eerst gesproken over 'vrijdag de dertiende' en de eerste vermelding van slechte krachten op de vrijdag de dertiende vinden we in een biografie uit 1869 van Gioachino Rossini.

Maar de mythe ging pas echt rond in de twintigste eeuw toen Thomas W. Lawson's zijn roman Friday, the Thirteenth schreef. Het werd een echte bestseller. Dat we vrijdag de dertien associëren met onheil komt waarschijnlijk ook omdat we zowel vrijdag als dertien als ongeluksgetal en -dag beschouwen.

Vrijdag wordt al sinds de veertiende eeuw als een onheilsdag gezien, omdat dit zo werd vermeld in The Canterbury Tales. Ook het feit dat Jezus op een vrijdag werd gekruisigd speelt een rol.

Dat we nog altijd bang zijn voor vrijdag de dertiende blijkt wel uit het feit dat 19 miljoen Amerikanen op deze dag weigert om buiten te komen. Volgens het Stress Management Center en het Phobia Institute kost elke vrijdag de dertiende de economie 850 miljoen dollar. Daarentegen wordt in Griekenland, Spanje en Latijns-Amerikaanse landen dinsdag de dertiende als ongeluksdag gezien. In Italië is vrijdag de zeventiende juist weer de ongeluksdag.  

Een spiegel breken bezorgt je zeven jaren van ongeluk.

De Romeinen waren de eersten die spiegels produceerden. Zij geloofden dat hun uitvinding een deel van de ziel kon stelen. Als de weerspiegeling van een persoon door een spiegel werd vervormd, geloofde men dus dat de ziel ook werd vervormd. De ziel zou verstrikt raken en slecht worden.

Volgens de Romeinen duurde het zeven jaar voordat je ziel weer bevrijd was. Tot dan zou de persoon in kwestie ongeluk ervaren en zijn handen vol hebben om de duivel op afstand te houden.

Gelukkig waren er wel manieren om binnen zeven jaar je ongeluk af te wenden. Je kon de scherven van de gebroken spiegel onder een boom begraven gedurende de volle maan of de scherven verpulveren tot fijn stof.

Spiegels die niet werden gebruikt, moesten worden afgedekt; ze zouden de bliksem aantrekken. Ook in het huis van een overledene moest men de spiegels afdekken, om twee redenen; De dood zou de menselijke ijdelheid immers toch doorbreken, en de overleden ziel zou andere zielen met zich kunnen meetrekken.

Volgens het Amerikaanse bijgeloof kon een ongehuwde vrouw haar toekomstige echtgenoot in een spiegel zien. Daar was wel een bepaald ritueel voor nodig. Het moest op de vooravond van Allerheiligen, Halloween, gebeuren. Wanneer ze om middernacht met een brandende kaars in de hand in een spiegel keek, zou het gezicht van haar toekomstige partner (liefde) verschijnen.  

Op hout afkloppen

Een overmoedige uitspraak doen zonder op hout af te kloppen ('afkloppen'), kan niet veel goeds betekenen. Deze vorm van bijgeloof heeft zowel een christelijke als een heidense oorsprong. Voor de heidense oorsprong moeten we teruggaan naar de tijd van de Germanen. De boom was voor hen de aardse belichaming van hun goden. Men geloofde dat bomen de woonplaats waren van vele goden. Druïden voltrokken bezweringen en rituelen bij de heilige bomen. Als de Germanen door demonische krachten werden bedreigd met een bepaald ongeluk, moesten ze hout aanraken; het was immers goddelijk. Hout nam de boze geest op en zond hem de grond in.

De christelijke oorsprong vindt men bij de kruisiging van Jezus. Als men overmoedig was geweest, dan moest men een houten kruis aanraken als herinnering aan de nederigheid waartoe Jezus opriep. Overmoedig zijn betekende niet alleen het noodlot tarten, het was tevens een zonde.

Het hout behoort wel aan een aantal voorwaarden te doen; het moest ongeverfd zijn en alleen eiken-, wilgen- of appelboomhout was hiervoor geschikt.  

Zwarte katten

Terwijl in veel Westerse landen de zwarte kat ongeluk brengt, is het in Groot-Brittannië juist een gunstig teken als je een zwarte kat ziet. Dat zou komen doordat de vele heksenkringen in dit land de zwarte kat als een geluksteken beschouwden, voordat christenen de zwarte kat 'zwart' begonnen te maken. De zwarte kat werd vaak in verband gebracht met slechte heksen.

Onder ladders lopen

Volgens het bijgeloof brengt onder een ladder doorlopen ongeluk. Een ladder die ergens tegenaan leunt vormt een natuurlijke driehoek met de muur en de grond. Aangezien de driehoek het symbool is van de heilige Drie-eenheid is, beoordeelden onze voorouders het fenomeen van onder een ladder door te lopen als een uitermate oneerbiedige daad. Wie dit wel deed, werd beschuldigd van duivelverering.

Later ontwikkelde men geleidelijk de overtuiging dat wie onder een ladder durfde door te gaan, door de dood getroffen kon worden. Een vrouw die het waagde onder een ladder door te lopen, zou nooit binnen het jaar getrouwd raken.

Om gespaard te blijven van dit onheil, moest men zijn vingers kruisen of een wens doen. Ook op de schoenen spuwen en wachten tot dit opgedroogd is zou volstaan.

Zout over je schouder gooien

Vroeger werd het verspillen van zout beschouwd als het aantrekken van ongeluk, omdat zout destijds zeer kostbaar was. Er is ook een verhaal dat Judas tijdens het laatste avondmaal ook zout zou hebben gespild. Het is daarom vreemd dat de remedie om dit onheil te keren nog meer zout over je linkerschouder gooien is. Maar er is natuurlijk wel een verklaring voor.

In vroegere tijden zei men dat de duivel zich altijd verschool ergens achter je linkerschouder. Als je zoiets kostbaars als zout in de ogen van de duivel strooide, zou hij je wel met rust laten. Omdat hij ofwel zout in zijn ogen kreeg of omdat je hem omkocht met zoiets kostbaars als zout.

De konijnenpoot als geluksbrenger

De poot van een konijn wordt in sommige culturen gezien als de voet van een heks die is vermoord. Dat deze poot geluk zou brengen dateert uit de zesde eeuw voor Christus toen de Kelten in Groot-Brittannië konijnen doodden en delen ervan bijhielden als geluksbrenger. Een jonge Kelt zou de poot van het eerste konijn dat hij doodde bijhouden. De poot werd vervolgens gebruikt bij een ceremonie om te vieren dat de jongen nu een man was geworden.

Een hoefijzer boven de deur hangen brengt geluk

Een hoefijzer zou beschermen en geluk brengen. Volgens het bijgeloof verdubbelt het aldus verkregen geluk, als het hoefijzer boven een deur gespijkerd wordt. Als de opening naar boven wordt gehangen, wordt het geluk als het ware opgevangen, als de opening naar beneden hangt loopt het geluk uit de opening en trekt het hoefijzer ongeluk aan.

Ironisch genoeg zijn er ook landen waar het hoefijzer juist met de opening naar beneden moet worden opgehangen, zodat het ongeluk eruit loopt. Als men een hoefijzer vindt, behoort het over de linkerschouder geworpen te worden, nadat de betreffende persoon een wens heeft uitgesproken. Daarna moet men doorlopen zonder om te kijken.

Vroeger hingen mensen vaak hoefijzers boven de deuren om betoveringen af te weren en te voorkomen dat toverfeeën de pasgeboren baby zou ontvoeren. Men geloofde dat heksen en feeën bovennatuurlijke overlevenden van lang geleden waren. In die tijd kende men nog geen ijzer, en daarom zouden heksen en feeën bang zijn voor het materiaal.

De vorm van een hoefijzer doet denken aan de halve-maanvorm, die bij vele volkeren symbool stond voor welvaart en geluk. Admiraal Nelson spijkerde een hoefijzer aan de mast van zijn vlaggenschip 'Victory.'

Eén van de oudste verhalen waarin de bijzondere eigenschappen van het hoefijzer worden beschreven is de legende van Sint Dunstan, een Engelse bisschop uit de tiende eeuw. Hij was niet alleen een groot geleerde, maar ook musicus en edelsmid. Op zekere dag kwam de duivel bij de bisschop langs en vroeg hem zijn hoeven te beslaan. Dunstan zag meteen wie hij voor zich had, bond de duivel vast, zette één van zijn tangen op de neusgaten van de duivel en dwong hem zo te beloven dat hij nooit een huis zou binnengaan waar een hoefijzer aanwezig was. Er bestaan afbeeldingen van Sint Dunstan waarop hij de duivel met zijn tang bij de neus heeft. Dit verhaal is waarschijnlijk ook de oorsprong van het gezegde iemand bij de neus nemen.

Bron: Wikipedia

Tags: bijgeloof
 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond