22 feb 2012

Vlaamse taalprof ontdekt oorsprong van onze 'fiets'

Niki
Vlaamse taalprof ontdekt oorsprong van onze 'fiets'

De Vlaamse professor Gunnar de Boel van de universiteit van Gent weet zeker dat hij de oorsprong van het woord fiets heeft ontdekt. Er woedt al sinds 1886 een discussie hierover en de wetenschapper ontdekte onlangs bij toeval dat 'fiets' in het Duits verwijst naar een plaatsvervangend paard, zeg maar: een stalen ros.

Gunnar de Boel van de vakgroep Letterkunde van de Gentse universiteit schonk in zijn vrije tijd een glaasje cider in voor enkele Duitse vrienden toen hij de toevallige ontdekking deed. In de streek Rijnland zegt men tegen appelwijn namelijk 'Viez,' een afkorting van vice-vinum, zeg maar reservewijn.

Van cider tot paard tot fiets

'Viez,' dat wordt uitgesproken als fietse, wordt in de streek namelijk beschouwd als vervanger van echte wijn. Gunnar de Boel legde het verband en weet na verder onderzoek zeker dat hij na 140 jaar de oorsprong van het woord fiets heeft gevonden: het stamt af van het Duitse woord voor plaatsvervangend paard: 'Vize-Pferd.'

In een persmededeling schrijft de universiteit trots: 'De fiets is niet alleen het symbool van Nederland. Ook binnen de etymologie wordt het vaak aangehaald als voorbeeld van een recent woord waarvan de herkomst niet te achterhalen was. Het woord fiets bestaat al sinds 1870, maar de discussie over de oorsprong ervan startte al in 1886 en duurde sindsdien voort,' aldus de universiteit.



Volgens de Gentse professor kan het bijna niet anders: het woord fiets is in Duitsland ontstaan. Samen met zijn collega Luc de Grauwe, hoogleraar Duitse taalkunde, vond hij in oudere Duitse dialectwoordenboeken namelijk woorden terug als 'Fitz' of 'Fietse,' waarvan sommigen zelfs hier en daar in Duitsland nog worden gebruikt als mensen het over hun fiets, 'Fahrrad,' ofwel 'Vize-Pferd' hebben.

Vélocipède

De moderne fiets met pedalen, overigens een Franse uitvinding, werd voor het eerst voorgesteld op de Wereldtentoonstelling van 1867 in Parijs. De Fransman Michau presenteerde zijn uitvinding als vélocipède, wat letterlijk 'snelle voet' betekent.

Ook in het Nederlands en het Duits was de fiets in het begin een vélocipède, maar algauw werd het veel te moeilijke woord verbasterd tot pakweg velossepeerd en Veluwse peerdjes. In Vlaanderen heet een fiets overigens in de spreektaal nog altijd vélo en in Nederland stappen ze nog altijd op hun fiets, voortaan wetende dat die van Duitse en/of Franse 'oorsprong' is. Of niet?

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond