08 feb 2012

Evy Puelinckx: "Ik wilde als kind al huisjes bouwen"

Niki
Evy Puelinckx: "Ik wilde als kind al huisjes bouwen"

In de kleuterklas tekende ze al droomhuisjes, met hartjes erbij. "Als mensen mij vroegen: "Wat wil je later worden," was mijn antwoord altijd: "Ik wil huisjes bouwen waar mensen zich goed in voelen." Het ontwerpen zit Evy Puelinckx uit Antwerpen in het bloed. Intussen neemt ze als ontwerpster van diverse tv-programma's huiskamers én restaurants in heel Vlaanderen onder handen. "Het mooiste is en blijft dat een nieuw interieur mensen helpt om een bladzijde te kunnen omslaan."

Architecte en interieurontwerpster Evy Puelinckx ademt met haar voorkomen uit waar ze als ontwerpster voor staat: frisheid, niet bang voor een beetje kleur en het uitstralen van wie ze van binnen is. In haar geval is dat enthousiasme, een vleugje retro, vrolijkheid en kleur: een aangename, maar ook rustgevende uitstraling. 

Dat wat in de harten van mensen leeft, probeert ze ook altijd uit te vissen bij bewoners wiens huis ze onder handen neemt: wie zijn ze, wat hebben ze nodig, wat vinden ze mooi, wat zijn hun lievelingskleuren én welke objecten in huis betekenen veel voor hen?

Die lievelingsvoorwerpen - niet altijd de mooiste blikvangers - worden niet zelden door Evy volledig gerestyled of zelfs volledig omgevormd tot een geheel nieuw object of meubelstuk. "Je kunt voorwerpen waar mensen enorm aan gehecht zijn - en daarom geen afstand van kunnen nemen - niet zomaar weggooien. Belangrijk is dat mensen hun lievelingsspullen kunnen behouden en er van kunnen blijven genieten, maar dat het ook past in het nieuwe interieur.

Dus beslis ik vaak om die voorwerpen volledig uit elkaar te halen om er dan iets helemaal anders van te maken. Ik houd zelf enorm veel van tweedehands spullen én de verschillende dingen die je er mee kunt doen."

Dat je zo jong al droomhuisjes tekende, is dat iets wat je van huis uit hebt mee gekregen?

"Misschien wel een beetje, maar dan vooral omdat ik thuis mijn creativiteit mocht uitleven. Mijn ouders hadden een winkel in lederwaren en met kerst en andere speciale gelegenheden zorgde ik er altijd voor dat de etalage werd aangepast. Ook als er een straatfeest werd georganiseerd, stond ik altijd direct klaar om te helpen versieren.

Ik speelde ook wel met Barbiepoppen, maar de focus lag toch vooral op de woonruimte van mijn Barbie's: die vond ik belangrijker dan de poppen zelf. Dus bouwde ik huisjes voor hen en om de haverklap veranderde ik de inrichting. Ik was dus toen al bezig met make-overs."

Het was dus op jonge leeftijd al duidelijk dat jij voor een creatief beroep zou kiezen. 

"Ja, maar eerst ging ik net als iedereen eerst naar de middelbare school, waar ik mij enorm verveelde. Ik kon daar gewoon mijn ei niet kwijt. Wat was ik blij toen ik ergens opving dat er ook middelbare kunstscholen waren. Ik heb direct de Gouden Gids gepakt en ben gaan bellen. Ik was toen 13 jaar.

Bij de vijfde school was het raak: daar hadden ze de studierichting ontwerpen. Dáár wilde ik heen. Ik heb mijn ouders overgehaald en na de eerste rondleiding ben ik diezelfde middag nog blijven plakken. Die sfeer daar sprak mij enorm aan. Het borrelde er van de creativiteit. Toch was het in het begin niet altijd makkelijk. Veel kinderen hadden ouders die zelf met kunst bezig waren. Voor mij was alles nieuw. Ineens moest ik stillevens schilderen, iets wat ik nog nooit had gedaan.

Dus moest ik hard werken om het bij te benen, maar bovenal was het er enorm leuk. Ik kwam er in contact met moderne kunst, dans en acteren...een enorme verruiming van mijn horizon. En uiteindelijk ben ik na deze opleiding architectuur gaan studeren, wat ik altijd al wilde."

 
Tijdens je studie architectuur ben je naar Zuid-Afrika getrokken. Wat heb je daar gedaan?

"Dat was een uitwisselingsprogramma van zes maanden. Ik heb daar een half jaar de opleiding architectuur gevolgd,  net na de afschaffing van de apartheid. Ik heb ook tijd doorgebracht in de sloppenwijken en de architectuur van dorpen bestudeerd.

Wat mij nog het meeste is bij gebleven,  is dat architecten ginder zo ontwerpen dat de zon volledig buiten wordt gehouden, terwijl we er hier alles aan doen om huizen zo te ontwerpen dat er maar zoveel mogelijk zonlicht naar binnen kan komen.  

Ik reis nog altijd graag, omdat je in het buitenland altijd weer nieuwe ideeën opdoet. Het is ook interessant om te ontdekken hoe mensen in andere landen leven, wonen en bouwen."

Wat ben je na je studie gaan doen?

"Toen ik eenmaal was afgestudeerd vond ik België veel te saai op vlak van architectuur. Rotterdam was in die tijd de plaats waar het allemaal gebeurde. Daar wilde ik heen. Ik heb samen met een vriend een presentatie gemaakt en ben gewoon naar Rotterdam gereden.

Ik had een top vijf gemaakt van vijf favoriete architectenbureau's en ben mij bij allemaal persoonlijk gaan voorstellen. Dat leek mij een beter plan dan maar wat op te sturen via de post. Bij het vijfde bureau kon ik aan de slag.

Het was een boeiende tijd, maar ik vond het ook een harde periode. De competitie onderling was énorm. Ook bij enkele andere architectenbureau's, waar ik daarna nog heb gewerkt, was dat zo. Daar heb ik het altijd wel moeilijk mee gehad, met dat elkaar-de-loef-afsteken."

Je bent niet in Nederland blijven plakken.

"Nee, ik werd uiteindelijk gevraagd om mee te werken aan de realisatie van het nieuwe justitiepaleis in Antwerpen. Dat was voor Belgische begrippen een zeer gewaagd project en ik heb die kans met beide handen gegrepen. Via dat project belandde ik in een vaste baan bij de Regie der Gebouwen, de Belgische overheidsinstantie die instaat voor de bouw en renovatie van overheidsgebouwen.

Tien jaar lang heb ik daar als architect gewerkt aan bijvoorbeeld de renovatie van gevangenissen en vluchtelingencentra. Ook bij de renovatie van het oude justitiepaleis in Antwerpen was ik betrokken.

Ik combineerde mijn werk voor de overheid met een baan als docent aan de kunsthogeschool Sint Lucas in Brussel. Dat laatste deed ik ook graag, omdat het fijn is om je passie voor ontwerpen door te geven aan jonge mensen. Het is interessant om te zien hoe eerstejaars studenten binnen een jaar uitgroeien tot ontwerpers in spe.

Ik steunde mijn studenten altijd enorm in het ontwikkelen van hun eigen stijl of ze nu liever strak wilden ontwerpen of meer voorkeur hadden voor een hoop frutsels... Ik vond het vroeger zelf heel vervelend dat er vanuit de opleiding een bepaalde stijl werd opgedrongen.

Ik ben uiteindelijk ook de externe communicatie gaan doen van mijn afdeling, vooral ook omdat ik het zo jammer vond dat de projecten van de studenten binnenskamers bleven. Waarom zou je studenten niet laten meehelpen aan projecten in een stad of omgeving en naar buiten treden?"

Hoe ben je uiteindelijk bij de televisie beland?

"Er werd ons door de zender VT4 gevraagd of we als opleiding wilden meehelpen aan het programma Huis Op Stelten, dat was een make-over programma waarbij wij samen met de kinderen des huizes de inrichting onder handen namen. Samen met mijn studenten stak ik een dag in de week de handen uit de mouwen. Dat was niet zomaar een nieuw likje verf, maar een stevige make-over. Via dat programma rolde ik weer in een ander programma waar we studentenkamers onder handen genomen.

Dat televisie maken beviel mij enorm goed, maar vanuit de opleiding - en ook van collega's - kreeg ik wel de nodige kritiek. Ze vonden dat een docent architectuur zich niet moest bezighouden met make-over programma's voor televisie.

Zelf zag ik dat helemaal anders. Behalve dat ik het leuk vond om te doen, was het ook een fijne afwisseling. Architectuur is een proces van lange adem, waar veel technische details bij komen kijken.

Bij televisie gaat alles snel en mag er meer; je kan makkelijker eens gekke dingen bedenken en uitvoeren. Ik mocht voor de verandering zelf de handen uit de mouwen steken. Dat was ook heerlijk om te doen.

Daar komt bij dat je mensen écht wel een cadeau schenkt en dat geeft enorm veel voldoening. In al die jaren blijft dat toch het hoogtepunt voor mij: de blijdschap die je op mensen hun gezicht ziet als ze hun nieuwe inrichting voor het eerst zien. Dáár doe je het voor."

Je hebt uiteindelijk voor televisie gekozen en bent met je andere werkzaamheden gestopt.

"Ja, dat viel allemaal niet meer te combineren. Ik gaf mijn baan als architect én mijn baan als docent op voor een onzeker bestaan als freelancer voor televisie. Iedereen verklaarde mij voor gek. Maar mijn buik zei dat ik moest kiezen voor datgene waar ik op dat moment het meeste plezier aan beleefde en dat was televisie. Ik vond ook: waarom worden dat soort televisieprogramma's altijd gepresenteerd door een of andere ex-Miss België? Tenslotte weet ik wel het een en ander over interieurs en architectuur."

Hoe heb je het televisievak onder de knie gekregen?

"Ik heb wel enkele presentatiecursussen gevolgd en bij de zender tvbrussel - waar ik daarna aan de slag ben gegaan - maakte ik zelf reportages. Ik werd verantwoordelijk voor cultuur: een spannende en boeiende tijd. Ik was constant onderweg met een cameraploeg om culturele evenementen en diverse culturele onderwerpen te verslaan.

Uiteindelijk ging ik ook helpen met de montage, dus ik heb veel geleerd door het gewoon te doen. Op een ander vlak was het ook boeiend en leerzaam, want ik leerde in Brussel in korte tijd veel interessante mensen kennen: van gerenommeerde kunstenaars tot beginnende artiesten, schrijvers, acteurs... en alles daar tussen in. Uiteindelijk ben ik bij tvbrussel ook hoofd cultuur geworden en deed ik ook de coördinatie van het cultuurprogramma."

Waarom ben je vertrokken bij tvbrussel?

"Op een dag ontving ik een mail of ik wilde meewerken aan het televisieprogramma Bouwen aan Geluk. Dat programma had álles te maken met ontwerpen en was mij op het lijf geschreven. Ook de positieve boodschap van dat programma sprak mij enorm aan. De mensen in Bouwen aan Geluk hebben allemaal een bijzonder zware tijd achter de rug en door hen een nieuw interieur te geven, kunnen ze vaak komaf maken met hun verleden, een bladzijde omslaan.

Daar komt dus wel iets meer bij kijken dan alleen maar nieuwe verf of ander behangpapier. Zo was er een jonge vrouw die net haar man had verloren, terwijl ze zwanger was. Haar hele huis hing vol met foto's van haar overleden man. Ik heb voor haar op zolder één kamer vrij gemaakt voor alle spullen en foto's van haar man.

Zo was hij nog altijd aanwezig in huis, maar niet meer in elke kamer. De vrouw kon die speciale kamer op elk moment bezoeken, maar tegelijkertijd was er nu in de rest van het huis ruimte ontstaan voor haarzelf. Zo kon ze verder met haar leven en dat van haar kindje.

Heel positief is ook dat vrienden van deze mensen de handen uit de mouwen steken om de make-over uit te voeren. Vaak is dat nog belangrijker dan het nieuwe interieur zelf: dat hun vrienden dat allemaal in gang hebben gezet en zo hard hebben meegeholpen."

Wel emotioneel.

"Ja, het is een emotionele rollercoaster, elke aflevering opnieuw. Je wordt vier dagen achter elkaar meegesleept in het verhaal van mensen. Het emotionele hoogtepunt is natuurlijk als zij thuis komen en hun nieuwe interieur voor het eerst zien én al hun vrienden daar staan."


Wat is het belangrijkste bij het ontwerpen van een nieuwe inrichting voor deze mensen?

"Dat zij zich er thuis voelen. Dát is de uitdaging. Het moet geen showroom worden, waar mensen zich amper durven te bewegen. Ik hergebruik altijd veel van hun oude spulletjes, omdat mensen gehecht zijn aan veel voorwerpen.

Zo heb ik ooit een afschuwelijke kast uit een eetkamer helemaal uit elkaar laten halen om er een volledig nieuwe, moderne kast van te maken. Niet iedereen van de crew is op dat moment even blij met mijn beslissing, omdat het natuurlijk veel meer werk is dan een nieuwe kast in elkaar zetten. Maar de mensen zelf vinden het prettig als ze weten: oh, dat is mijn eigen kast, alleen anders.

Ik probeer ook altijd aan te voelen wat mensen nodig hebben of wat de woning nodig heeft. Een vrouw die heel ziek was geweest, had bijvoorbeeld een huis waar bijna alles mintgroen was: een kleur die mij enorm aan een ziekenhuis deed denken. Ik dacht: die vrouw heeft juist veel geel nodig om de zon weer in haar leven te brengen. Alleen, zij had een enorme hekel aan geel.

In dat specifieke geval heb ik toch mijn gevoel gevolgd, alleen heb ik wel okergeel gebruikt. Maanden later mailde ze mij: "Ik ben nog altijd geen fan van geel, maar die kleur heeft een ongelofelijk positief effect op mijn humeur. Bedankt." Dat vind ik positief: dat die vrouw die 'zon' ook voelt én er iets aan heeft. Dat was ook mijn bedoeling."

Ten slotte: hoe ziet je eigen huis er uit?

"Grappig dat je dat vraagt. Nou laten we zeggen dat ik een ontzettend tof appartement heb met een prachtig uitzicht. Alleen heb ik geen tijd om mijn eigen interieur onder handen te nemen. Ooit gaat het er wel eens van komen...maar misschien moet ik mij voor die tijd zelf ook eens aanmelden voor een make-over programma."

Momenteel kun je Evy Puelinckx aan het werk zien in het programma Chef in Nood waarin noodlijdende restaurants weer op het juiste spoor worden gezet en Evy het interieur onder handen neemt. Het programma wordt op dinsdagavond uitgezonden door VTM. Helaas alleen te zien in Vlaanderen. Meer informatie over Evy Puelinckx en haar werk zelf vind je op haar Facebook pagina. 

 

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond