05 jun 2012

'Ontmoeting' met John Irving (2)

Nicole
'Ontmoeting' met John Irving (2)

Gisteren schreef Zunke hoe ze, tamelijk onverwacht, op weg is naar een lezing van haar lievelingsschrijver John Irving. Die komt spreken over zijn nieuwe boek, In One Person, vertaald als In Een Mens. Samen met haar zus gaat ze naar Brussel, veertien jaar nadat ze ooit een ontbijtje nuttigde met de man wiens boeken ze al leest sinds haar tienerjaren. Zou het meevallen, zoals destijds, toen John Irving zijn croissantje smeerde, geen kapsones bleek te hebben en ruim de tijd nam voor een prettig interview?

 

De zaal is groot en vrijwel leeg. Ik werp een blik op het orgel dat de achterkant van het podium in beslag neemt, ervoor staan twee lege, oranjerode pluchen stoelen. Ik schat de afstand in, want ik heb iemand een paar foto's beloofd. Mmm, dat wordt lastig. We zitten behoorlijk ver verwijderd van de twee oranjerode pluchen stoelen.
Hoewel we er vroeg zijn, blijken we ergens in het midden van de zaal te zitten. Als het zo rustig blijft, kunnen we straks in het donker misschien stiekem een paar rijen naar voren schuifelen. Dat is buiten de dame die de plaatsen aanwijst gerekend. Alsof ze gedachten kan lezen, laat ze onverbiddelijk weten dat ik mijn rugzakje - met fototoestel - moet afgeven bij de garderobe. Verder moeten we blijven zitten waar we zitten, zoveel is duidelijk.
Ze is erg gedecideerd, dus geef ik even later mijn rugzakje af. Leeg. Dat wel. Mijn camera heb ik intussen in mijn handtas gepropt. Ongehoorzaamheid is een deugd. Als ik iets heb geleerd uit de boeken van John Irving is het dat wel.
De dame checkt even later of ik haar orders heb opgevolgd als ik haar passeer. Ik zwaai met garderobe-kaartje no. 93 en glimlach vriendelijk. Ik krijg al een beetje de slappe lach als ik weer plaatsneem in stoel C07. Er hangt hier een officieel sfeertje, alsof er hoog koninklijk bezoek op komst is. Van zo'n sfeertje word ik automatisch tegendraads én lacherig. Ik neem stiekem een proeffoto. Te donker en die flits is wel erg, nou ja flitsend.  

Hebberig
Ding... ding.... ding... een bel die enkel een ding en geen dong laat horen - en hierdoor bijzonder dwingend klinkt - geeft nu elke drie seconden aan dat het tijd is om plaats te nemen. Mensen beginnen via diverse ingangen toe te stromen. "Balen," zeggen wij tegen elkaar. Als het om John Irving gaat, zijn wij behoorlijk 'hebberig.' Het liefst zouden we vooraan zitten in een verder lege zaal, maar we leggen ons erbij neer dat we niet alleen zijn en ook niet vooraan zitten. We hopen nu alleen nog dat er op het laatste moment geen lange slungel voor ons zal plaatsnemen: zo iemand die pontificaal in je gezichtsveld gaat zitten als je het niet meer verwacht. "Ja, hoor: een 'lange' voor mijn neus," stelt mijn zus droog vast. 
"Iemand heeft een scheet gelaten," zeg ik zelf, iets te luid, tussen twee ding's door. Een ietwat forse dame, die naast mij heeft plaatsgenomen en zich de armleuning ertussen al heeft toegeëigend, schuifelt na mijn woorden wat op haar stoel en richt haar blik vervolgens strak op de lege stoelen op het podium, volgens mij een teken dat zij zojuist die gasluchtjes heeft laten ontsnappen.
Terwijl ik door mijn mond adem en ondertussen met een hand mijn neus bedek, laat mijn zus naast mij weten: "Bah, ik ruik het ook," om er vervolgens aan toe te voegen: "Káppen, met die bel." Ik schiet in de lach en de dame naast mij schuifelt nog wat, alsof ik haar scheetjes aan het uitlachen ben. Ding ... ding ... ding ....  "Kan die bel nú stoppen. Ik ga zometeen iemand de nek omdraaien," laat mijn zus nog weten.

Gelieve niet onnodig te hoesten
Eindelijk 'zwijgt' de bel en laat een stem in drie talen weten: Gelieve uw gsm af te zetten én gelieve níet onnodig te hoesten.... Ik proest het nu bijna uit. Van zulke mededelingen krijg ik vaak prompt een hoestbui. Het is een toepasselijk en absurd begin van een avondje met John Irving, een beetje zoals een scène uit een boek van de man op wie iedereen - in de nu tot de nok gevulde zaal - zit te wachten.
Please, do not cough..., klinkt het ten slotte nog uit de microfoon en dan is het eindelijk zover. Ineens staat hij daar. Hij is een stuk ouder geworden, stel ik direct vast, als ik hem breekbaar en een stuk minder gespierd dan vroeger naar zijn oranjerode, pluchen stoel zie lopen. 
Als hij vervolgens wordt aangekondigd, laat men ons weten dat de schrijver na afloop 'om medische redenen' niet zal signeren en dat hij, John Irving, zich hiervoor bij voorbaat verontschuldigt bij het publiek. Moet ik mij zorgen maken?
Tja, wat had ik dan gedacht: dat hij nooit ouder zou worden? Zo blijkt dat mensen die je bewondert - en ooit lang geleden eens hebt ontmoet - in je herinnering eeuwig jong blijven. Mijn volgende zorg: gaat hij nog wel veel boeken schrijven, eigenlijk?
Dan is eindelijk het moment aangebroken dat hij zelf mag spreken en net als destijds valt alles weer op zijn plaats en kan ik gerust zijn. John Irving heeft weliswaar niet meer het sportlichaam van veertien jaar geleden, zijn geest heeft hem duidelijk nog niet in de steek gelaten.  

Zeventig jaar
John Irving: "Ik ben nu zeventig jaar, net als het hoofdpersonage Billy aan het einde van dit boek, dat ik overigens voor mijn doen erg snel heb geschreven. In drie jaar tijd was het af. In One Person, is na Het Leven volgens Garp, Bidden wij voor Owen Meany en De Regels van het Ciderhuis, wellicht mijn meest politieke roman.
Het gaat over biseksualiteit en transseksualiteit. Ik vind namelijk dat elk individu het recht heeft om zelf te kiezen op wie hij of zij verliefd wordt en met wie hij of zij seks wil bedrijven. Daarover schreef ik in de jaren zeventig al in De Wereld volgens Garp, waarin mensen door fanaten worden gedood vanwege hun seksuele geaardheid of levensvisie. 
Ik had niet gedacht dat ik er nog eens over moest schrijven, dacht zelfs destijds: zo dat hebben we gehad. Maar in een samenleving die veel puriteinser is dan enkele decennia geleden, moest dit boek geschreven worden. Dat was geen keuze, verhalen 'kiezen' mij en dit verhaal moest ik gewoon schrijven. Dat wist ik overigens al veel langer dan drie jaar, toen ik er aan begon. 
In dit boek verlangt een biseksuele jongen eerst naar een vrouw, daarna wordt hij verliefd op een transseksueel. Dat het een gevoelig onderwerp is in een puriteins land als de Verenigde Staten zal dus wel de nodige stof doen opwaaien, al snap ik niet waarom. Ikzelf ben ook altijd een outsider geweest. Ik voelde mij ook nooit ergens bijhoren, net als Billy uit mijn boek.
Het boek zal, wellicht zelfs onder mijn vaste lezers, daarom niet alleen 'sterke vrienden' maken, maar ook 'sterke vijanden.' Dat wist ik van te voren, maar dat neem ik erbij.
Sommige mensen zullen dus van het hoofdpersonage Billy gaan houden, anderen zullen hem haten. Alsof dat nog niet alles is, schrijf ik ook nog over de aidsepidemie, die in de jaren tachtig en negentig zoveel slachtoffers heeft geëist. Dat is mijn hoofdgebeurtenis: dan gebeurt er van alles.

'Oh, I love this person'
Mijn vaste lezers weten dat ik vanaf het begin, in elk boek dat ik ooit heb geschreven, laat weten dat iemand aan het einde van het boek iets overkomt, zoals je in Bidden wij voor Owen Meany direct op de eerste pagina te weten komt dat Owen Meany zal sterven. Ik deel zoiets met mijn lezer, maak hen deelgenoot. Het personage, in dit voorbeeld Owen Meany, weet uiteraard nog niet dat hij zal sterven. Alleen weet je als lezer niet hoe Owen Meany zal sterven. Zo blijft het spannend.
Voorwaarde is wel dat de lezer gaat houden van zo'n personage, dat het iemand iets kan schelen als Owen Meany sterft. Als je van een van de personages in mijn boeken gaat houden, vind je het vanzelf erg als er iets gebeurt met die persoon. Op die manier probeer ik lezers dus bij het verhaal te betrekken, zo van: Oh, I love this person. Oh, I know what is going te happen.... and I hope that it is not going to happen after all.... oh, but it does...

Dat is wat ik doe als schrijver."  

De afstand tot het podium mag dan misschien groot zijn, maar de woorden van de schrijver komen rechtstreeks binnen. Ik luister aandachtig verder...  

Zunke

Later deze week het laatste deel: 'Ontmoetingen' met John Irving (3).

Lees ook: Ontmoetingen met John Irving (1)  

Op 3 juni 2012 stelde John Irving persoonlijk zijn jongste roman In One Person voor, in het Nederlands vertaald als In een Mens. De Amerikaanse successchrijver kwam zelf naar Brussel om te praten over zijn nieuwste boek. Zoals vaker gaat een boek bij John Irving over een niet alledaags thema. Ditmaal schreef hij een vurig pleidooi voor en over seksuele diversiteit, iets waar hij decennia geleden al over schreef in de roman waarmee hij internationaal doorbrak: De Wereld volgens Garp. Hij noemt het zelf zijn meest politieke roman sinds jaren. John Irving schreef al vaker over in de VS politiek gevoelige en controversiële thema's, zoals het recht op abortus en de oorlog in Vietnam. 
Het boek is te bestellen bij uitgeverij De Bezige Bij. 

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond