16 aug 2015

Uit een onbezorgd kinderleven (2)

Redactie
Uit een onbezorgd kinderleven (2)

'Rens besefte het minder, ik miste mijn moeder en begreep niet waarom ze niet thuis kwam. Dat ene jaar, het duurde eindeloos. Tante Lena was dood, moeder en zusje van de ene op de andere dag verdwenen.' Een verhaal in drie delen dat je meevoert naar een onbezorgde jeugd die plotseling wordt verstoord. Vandaag deel 2. Eerder verscheen Uit een onbezorgd kinderleven (1). 

Vele malen nam tante Neelke me mee op een van haar vele visites, waar ik stil ergens in een hoekje zat of wat rond drentelde. Rens besefte het minder, ik miste mijn moeder en begreep niet waarom ze niet thuis kwam. Dat ene jaar, het duurde eindeloos. Tante Lena was dood, moeder en zusje van de ene op de andere dag verdwenen.

Soms mocht ik mee met Nellie, achter op de fiets naar Wessem, waar mijn baby zusje Marlène verzorgd en vertroeteld werd door tante Lena, mijn oom en de 9 nichtjes en 2 neven. 

Ik hoorde wel verhalen over mijn moeder; mijn grote zusje Riety en ik kregen zelfs een fleurige truitje, met ingebreide strepen en patronen. “Kijk ’s wat jullie moeder voor je gebreid heeft!” De dagen dat mijn vader aan het werk was, kwam hij tussendoor wel thuis om te eten, maar hele dagen bleef hij van huis. Dan was hij naar Maastricht, op ziekenbezoek.

Een rijmelversje
Soms, als de grote kinderen naar school waren, ging hij met de krant in z’n luie stoel zitten. Nellie was bij haar vriendin aan de overkant van de straat, Rens lag in bed en tante Neelke was in haar eigen vertrekken. Ik kroop dan wel eens bij mijn vader op schoot en hij zong zelfgemaakte liedjes voor me, of hij troostte me met een rijmelversje, voordat hij weer aan het werk ging. 

Het moet voor mijn vader een slopende tijd geweest zijn. De zorgen om mijn moeder plaagden hem en zijn voortdurende afhankelijkheid van hulp van anderen zat hem dwars. Mijn vader was een zorgzame man die graag gasten onthaalde en voor zover ik me kan herinneren altijd voor het ontbijt zorgde. Hij stond elke ochtend als eerste op, stookte in de wintermaanden vast de kachel op, nadat ik hem achter het huis hout had horen hakken en de kolenkit bij vullen in de kelder. In de zomer kookte hij het koffiewater op het elektrische fornuis. Zodra hij koffie maalde, was het voor ons, kinderen, tijd om op te staan, tegen die tijd waren de kippen gevoerd. 

Tante Neelke ontliep hem in die tijd, sinds de dood van haar zuster Lena droeg ze zwarte rouwkleren, waarin ze elke ochtend naar de kerk ging. Voor ze later op de dag van huis ging, rommelde ze wat in haar vertrekken, schilde de aardappels en maakte de groente schoon. Vaak nam ze mij mee op haar bezoeken bij oude mensen, meestal in het dorp. Ook zij miste Paula, haar petekind, maar op haar manier ontzag ze mijn vader in die periode.

Warme knuffels
Hoe vertrouwd mijn vader ook was met zijn nichtje Nellie, ze had een heel eigen manier van huishouden. Razendsnel, lawaaierig, een jonge vrouw die voortdurend het leven om haar heen ongevraagd van raak, ongezouten commentaar voorzag. 

Tante Neelke had grote moeite met haar woordgebruik, waarbij ze vloeken niet schuwde. Ik had geen last van die ruwe kant van Nellie, daarvoor was ze veel te hartelijk. Ze was gek op kinderen, alle kinderen, zonder uitzondering. De luide verwensingen waarmee ze ons gul ontving, als een van ons met vuile voeten binnen liep, sprak ze met twinkelende ogen en gingen voor Rens en mij vergezeld van warme knuffels. 

Toch, juist de aanwezigheid van Nellie benadrukte de afwezigheid van onze moeder. Waarom ging ze weg? Ze komt vast nooit meer terug … Hoe komt het dat zij niet zo lag, zo stil, terwijl ze wel weg is? Waarom komt ze niet terug? Mensen die ziek zijn, gaan naar het ziekenhuis en als ze beter zijn, komen ze thuis. Mag ze niet naar huis, of wil ze niet meer?

Op het nippertje
De arts in Maastricht maakte van tijd tot tijd een afspraak met mijn vader. Daarbij werd telkens benadrukt hoe belangrijk het was dat hij zoveel mogelijk op bezoek kwam. Het was op het nippertje geweest en vanaf de opname werd hem verteld dat het een hele tijd zou gaan duren. Hem werd op het hart gedrukt in de toekomst het leven van zijn vrouw te vergemakkelijken want een volgende keer zou het haar fataal worden, dat was de herhaalde boodschap. 

Dus als het maar even kon, toog mijn vader naar Maastricht, het lukte nauwelijks in een dag: eerst op de fiets naar Wessem, met het veer de Maas over naar Maasbracht. Vanuit Echt met de trein naar Maastricht en per bus naar het rusthuis buiten de stad. Tegelijk betekende een dag van huis een dag inkomstenderving en werk dat bleef liggen.

Mijn vader was 39 jaar en werd snel grijs. Veel vet had hij toch al nooit, in dat jaar werd hij broodmager. Op foto’s zag ik later hoe zijn kleren om hem heen zwabberden, met grote, donkere vlekken onder zijn ogen in een bruin verbrand gezicht.

‘Och, jong toch’
Hij bleef desondanks al zijn zorgen optimistisch, zocht steun bij tante Lena, zijn zuster, moeder van Nellie, waar hij toch kwam om zijn jongste dochter Marlène op te zoeken. Rens en ik mochten vaak mee, Rens voor op de fiets, ik achter zijn rug. “Och jong toch,” begroette tante Lena haar broer, “kom gauw zitten.” Zij had altijd de koffie warm en Rens en ik gingen meteen spelen. Met de kinderen buiten op de markt, bij het veer aan de Maas of op de grote zolder van het huis. 

Mia, een van de negen dochters van tante Lena en druk bezette coupeuse, werkte aan huis, naast de slagerswinkel. Mia had altijd wel een lapje over waar ze in een handomdraai een jurkje of broekje uit fabriceerde. Alsof Mia kon toveren, met de schaar en speldjes in haar mond. Voortdurend mensen die kwamen passen, brengen of ophalen en bleven hangen om nieuws te vertellen of op te vangen. Een warm nest, waar iedereen welkom was. 

Legendarisch was de kermis bij tante Lena in augustus, waarvoor tenminste 24 grote vlaaien in huis werden gehaald en die de hele familie bijeen bracht. Uit Geldrop kwamen ze dan, uit Maastricht, Elsloo, Lutterade en Thorn. Wat de reden was, werd er nooit bij verteld, wel dat een keer met kermis ruim 80 personen waren blijven slapen. Overal lagen ze, in en naast de bedden, op stoelen en kussens in elkaar gerold. 

Oom Thieu, naamgenoot en zwager van mijn vader, stond bekend om zijn creatieve krachttermen en vloeken, die hij nodig had om het vlees in zijn slagerij te hakken en snijden. Zijn repertoire legde het net af tegen dat van zijn broer, stratenmaker, die hele taferelen verwerkte in de bestrating van markten en pleinen en voor elke steen die hij insloeg een andere vloek had. 

Vooral bij het slaan van Medardus van Noyon, patroonheilige van Wessem, had hij openlijk blijk gegeven van zijn beide deskundigheden. Mensen kwamen erbij staan om hem te zien werken, stenen keurend op kleur en grootte. Met vinnige mepjes en bloemrijke taal sloeg hij de juiste stenen op de juiste plaats, zijn ambacht en woordgebruik gingen terug tot Pieter Breughel. 

Voor de gebroeders Dierx uit Wessem stond vloeken gelijk aan adem halen, terwijl ik tante Lena nooit een onvertogen woord hoorde uiten. Ik kwam er graag en veel als kind, in dat grote, drukke en vrolijke huis.

Tante Ella
Tante Ella, de ongetrouwde zuster van mijn moeder, was altijd in het huis van haar vader, Sjef Nouwen, gebleven. In het grote hoekpand tegenover de ingang van de abdijkerk sliep ze nog steeds in haar meisjeskamer boven het open portaal. Ook al waren er kamers genoeg en klaagde ze over het lawaai dat de wachtende mijnwerkers maakten als ze voor dag en dauw in het portaal wachtten op de blauwe bus die hen naar “de koel” (kuil, de staatsmijn Maurits) bracht. 

Tante Ella werkte eerst thuis, ging al vroeg naar tante Lenie en hielp vervolgens bij ons een paar uur in huis met de was en de schoonmaak. Tante Ella was geen vrouw om ongerustheden mee te bespreken, hartelijk was ze al helemaal niet. Ze was ofwel overvriendelijk, of onaangenaam vals. Meestal allebei tegelijk, doordat ze fleemde met de een en intussen in zijdelingse sneren de ander afkatte.

Vooral Rens moest het ontgelden wat Rens nooit onopgemerkt liet gebeuren, driftig als hij was. De reactie van tante Ella was onveranderlijk alsof Rens zomaar vanuit het niets lelijk tegen haar ging doen. Eeuwig slachtoffer, die elke dag haar hoofdpijn, rugpijn, jicht, maagpijn en aspirines meebracht.

In hygiëne was tante Ella de tegenpool van haar tante Neelke, waar tante Neelke haar onderlichaam dagelijks met koud water waste, sloeg tante Ella dat deel van haar lijf juist altijd over. Niemand van ons wilde na haar naar de wc, die moest eerst worden ontlucht.

Tante Ella, het kleine, robuust gebouwde vrouwtje met haar wat waggelende gang. Onder haar gewoon corpus had zij te korte beentjes waardoor ze zich lopend van de ene voet op de andere liet vallen. Heeft zij zich destijds zorgen gemaakt om haar vier jaar jongere zuster Paula? Misschien deed ik haar toen en nu weer onrecht, maar als zij zich zorgen maakte, hield ze die voor zich en besprak ze zeker niet met haar zwager mijn vader. 

Daags voor kerstmis
Hij kon, behalve bij tante Lena in Wessem, zijn zorgen ook kwijt bij zijn zuster Nel, die in Maastricht woonde en zijn zuster Gabel in Lutterade, onder de rook van de staatsmijnen. Zowel tante Nel als tante Gabrielle, zoals Gabel voor ons heette, hadden kleine gezinnen, allebei drie zonen. Samen met mijn vader of zelfstandig gingen beide tantes op bezoek in het rusthuis. 

Op weg naar huis ging mijn vader langs bij zijn oudste broer Piet in Elsloo, waar zijn vader Walther woonde. Zo ging hij de winter van 1949 in, tot eind december de telefoon binnen kwam en hij, daags voor kerstmis, hoorde dat zijn vader overleden was. Die winter was het waarin pas goed tot hem doordrong hoe ernstig de situatie, die al maanden duurde, was. Het leek alsof mijn moeder maar niet vooruit ging.

In de nieuwe schommel
Heel vroeg in het voorjaar trok mijn vader, vroeger nog dan de andere jaren, veel de tuin in. In de perenboom, een oude leipeer tegen een brede, metershoge tuinmuur op het zuiden, hing een schommel aan haken die Petrus Laurentius Nouwen, sleutelsmid, kunstsmid en burgemeester, ooit in de 19e eeuw voor zijn kinderen gesmeed had. Neelke en Lena hadden er geschommeld, net als hun nichtjes Paula en Lenie. 

In de winter/vroege lente van 1950 zat ik in een nieuwe schommel aan de oude haken en keek hoe mijn vader spitte. Zoals zijn vader hem geleerd had, spande hij een draad van het ene pad naar het andere en haalde dwars over in een rechte lijn eerst een laag aarde weg, voor hij een diepe voor spitte. In de voor verspreidde hij mest, dat al rokend in een hoek van de tuin klaar lag. Daarna spitte hij een nieuwe voor en gooide met die aarde de eerste voor dicht. 

De kippen in de ren volgde zijn werk met grote aandacht, want telkens als er een grote worm boven kwam, gooide hij die naar de kippen, met oorverdovend gekakel tot gevolg. Af en toe rechtte hij zijn rug, nam zijn pet af en veegde het zweet van zijn voorhoofd. Zijn dikke, golvende haar plakte aan de randen waar het door de pet in toom gehouden werd. Dan stak hij zijn pijp aan die telkens uitging, maar die hij toch tussen zijn tanden geklemd hield. 

Ik begreep waarom hij erg verdrietig was, mijn vader, want zijn vader was dood, mijn opa, die stil in zijn kist gelegen had. Dat verdriet deelden we, want ik herinnerde me mijn opa heel goed. Zelfs nu nog weet ik hoe hij rook, van al de keren dat hij me oppakte, dicht tegen zich aan nam en knuffelde. De geur van wind droeg hij mee, want hij kwam altijd lopend vanaf Wessem. 

Ik wist nog hoe hij me betrapt had in de zomer dat ik twee werd, hij kwam net achterom binnen toen ik stiekem in de keuken op het aanrecht geklommen was. Ik schrok er zozeer van dat ik achterover viel, maar hij ving me net op tijd op in zijn sterke armen. Keer op keer vertelde ik het voorval, mijn eigen ondeugendheid vergeten, struikelend over de moeilijke woorden 'achterover' en 'aanrecht.'

Elis J.G.

Dit is het tweede deel van: Uit een onbezorgd kinderleven.
Eerder verscheen deel 1. Binnenkort volgt nog deel 3.

foto boven het artikel: (vlnr) Walther, Riety en Elis.

 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond