'Toe mevrouw, neem me, pak me'

13-08-2012
Redactie
'Toe mevrouw, neem me, pak me'

 

Ik voel me goed vandaag. 'En wat zie ik er mooi en lekker uit. Al zeg  ik het zelf, hihi...' Ik stijg torenhoog boven de anderen uit. Met mijn 10 centimeter dikke slagroomlaag die zich sierlijk tussen de met pudding  gevulde chocoladesoezen heeft neergevlijd op een krokant bedje van bladerdeeg.

Op een reepje beige marsepein op mijn bovenste slagroomlaag prijkt met sierlijk handgeschreven chocoladeletters mijn naam: Saint Honoré. In diezelfde slagroomlaag staat ook mijn prijskaartje. Ik ben niet goedkoop, maar goede kwaliteit behoeft geen krans. Ik zie er prachtig uit. De driekoningen- en fruittaarten in de toonbank verbleken als ik erbij kom liggen.

Ik heb een prachtig uitzicht over de toonbank en vanuit hier kan ik rustig de kooplustigen gadeslaan en verleiden. 'Ah... daar komt een vrouw in een sjiek mantelpakje aan. Haar blonde haren opgestoken. Ze nadert de toonbank. Ik strek me uit, richt me op, zodat mijn 10 centimeter hoge slagroomrug langer lijkt. Ik duw uit alle macht mijn puddingsoezen wat meer rechtop, zodat hun chocoladekopjes goed afsteken tegen de witte slagroom. Ik laat mij kortom van mijn beste kant zien.

'Toe mevrouw, neem me, pak me, Ik zal je laten zinderen van genot, het genot van je man/minnaar is er niks tegen.' Maar de vrouw gunt me geen enkele blik. Ze blijft hardnekkig bij de broodafdeling staan en bestelt uiteindelijk een 'linea'-brood. Ik laat mijn buikspieren weer hangen en loer aandachtig naar mijn volgende prooi.

De avond valt en ik lig er nog stééds, samen met enkele driekoningentaarten - die zelfs met hun kroon niemand zouden kunnen verleiden - én een verlepte ananas-abrikozentaart die hoopt dat haar geleilaagje de boel nog kan redden.

Binnen een half uur is het sluitingstijd. 'Wat is er mis met mij? Ik ben toch mooi én lekker. Ik heb alles wat een taart moet hebben: zachte en zoete op de tong smeltende slagroom, vloeiende vanillepudding in een jasje van licht gebakken deeg, omhult met heerlijke fondantchocolade. Mijn bed van bladerdeeg dat zo heerlijk in de mond verkruimelt... Ik heb gewoon àlles in me en toch willen ze mij niet.

Was ik maar niet vandaag geboren. Was ik maar eind december ter wereld gekomen, als vrouwen nog geen dieetvoornemens hebben gemaakt. Ik zou dan een zeer gewilde taart zijn geweest. Het leven is niet eerlijk.'

Moedeloos kijk ik rond. Dan zie ik een dikke vrouw met een ski-jas. De vrouw komt aarzelend dichterbij, terwijl ze vanuit haar ooghoeken naar mij kijkt. 'Yes, yes, yes...toe mevrouwtje, kom dichterbij, bekijk me, bezie me in al mijn pracht en praal. Ik zal je  bekoren, ik zal je genot verschaffen zoals je dit jaar nog niet hebt meegemaakt, kom mevrouwtje, kom...'

Met mijn laatste krachtsinspanning rek ik mij nog eens uit, duw de alweer ingezakte soesjes opnieuw overeind en sta rechtop in al mijn kracht.

De vrouw is inmiddels dichterbij komen staan. Ze staat nu pal voor me en haar ogen flitsen heen en weer: van mij naar de verlepte fruittaart en weer terug naar mij. Ik zie dat ze nadenkt. 'Rekent ze uit hoeveel ik waard ben?' Ben ik dùùr? Néé, zeg dat het niet waar is. Ik bèn niet te duur. Ik, Saint Honoré ben die 7,95 euro meer dan waard.'

De vrouw gaat verder, loopt mij voorbij. Maar ik zie in haar ogen hoe begerig ze naar mij lonkt. Ik vermoed dat ze nu in strijd is met zichzelf, dat ze strijdt tegen haar goede voornemens. 'Néé mevrouwtje, ga niet weg. Koop me, neem me mee, pak me...'

Kwart voor zes. Mijn ogen dwalen langs de gangen. Ik moet haar vinden, zij moet me kopen! Dan zie ik haar. Opgelucht haal ik adem. Ze benadert mij tot zo'n twee en een half meter en kijkt mij vervolgens met begeerte aan. Dan richt ze haar blik op de verkoopster, maar die maakt geen aanstalten om mij voor de helft van de prijs weg te geven...

Ten slotte druipt de vrouw af. Ik heb nog één kaart achter de hand en die ga ik nu uitspelen. Ik draai me een om, richt mijn blik op de verkoopster en zing uit volle  borst: 'Lieve verkoopster, laat me nu toch niet alléén, radeloos en verloren, sloop die toonbank om me heen, help me zo bij jou te komen. Laat me eens je gezel zijn, wees de geest die me zal leiden, want ik lig hier reeds heel de dag en ben zo moe. Kom en bevrijdt me. Neem me mee naar je land, vol muziek en vol dromen. Leidt me naar je land, laat me in jouw buik wonen.(*)

Enkele minuten later, als de laatste klanten de winkel hebben verlaten, pakt de verkoopster mij liefdevol op en legt mij zacht neer in een witte kartonnen taartdoos. Ze sluit de doos. Het is donker en ik zie geen steek meer. Maar ik weet nu dat ik mee mag, dat ik weldra in haar buik zal wonen en deze gedachte stemt mij vrolijk en blij.

Isabella

* persiflage op 'Laat me nu toch niet alleen' van Johan Verminnen.

Saint Honoré is een taart met een bodem van bladerdeeg, banketbakkersroom, soezen gevuld met banketbakkersroom, fruit en slagroom. De combinatie is een ware delicatesse.

Tags: columns, eten
 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond