Lode deelt mede

26-11-2013
Redactie
Lode deelt mede

Lode Willems was lange tijd wetenschapsjournalist bij Knack. Nu hij gepensioneerd is, schrijft hij gewoon verder. Zijn LW-Mededelingen kun je gratis per mail ontvangen. Soms kun je hieruit ook iets lezen op ziezozon. Zoals vandaag, over het religieuze kantje van Skepp en de wetenschappelijke zijde van het paranormale.

“Vrij van religieuze of politieke opvattingen onderzoekt Skepp (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale) beweringen en verschijnselen die volgens de huidige stand van de wetenschap bijzonder onwaarschijnlijk of onmogelijk zijn.” (website van Skepp, een studiekring opgericht in 1976)

Het kan een vooroordeel zijn of een foute indruk, maar bij organisaties als Skepp snuif ik een geur van wierook op. Misschien omdat het daar wemelt van mensen die streng religieus zijn opgegroeid en ietwat laat en moeizaam tot de jaren van verstand gekomen? Om redenen die ik niet kan achterhalen richten ze al hun kanonnen niet op de fundamentele oorzaak van hun trauma: de godsdienst. Ze wreken zich op een verschijnsel dat in wezen niets met godsdienst heeft te maken doch er vaak mee wordt verward: de parapsychologie. En alle andere ‘pseudo-wetenschappen’ natuurlijk. Want Skepp wil het schild zijn van de wetenschap. Kijk, van zodra iemand begrippen hanteert als de Wetenschap, dan gaat het niet meer over wetenschap maar over dogma. Mede daardoor hebben organisaties als Skepp iets katholiekerigs.

Skepp leerde ik kennen ongeveer in het jaar van zijn oprichting. Mijn vriend de astroloog Herman De Vos zeulde me mee naar een debatavond over astrologie met twee leden van Skepp. Ik zat daar omdat Herman niet helemaal alleen zou zijn in een soort één tegen allen. Want Skepp had zijn volgelingen opgetrommeld.

Naar Skepp-normen was ik – een journalist die vaak over wetenschappelijke onderwerpen schreef – toch ook met foute mensen bezig. Ook al waren die foute mensen soms eveneens wetenschappers. Zoals de Franse scheikundige Jacques Bergier, KU-Leuven professor criminologie Steven De Batselier, en bioloog en leraar biologie Herman De Vos.

Ik was ook nog bevriend of had goede contacten met andere wetenschappers, die dan wel het imprimatur nihil obstat van Skepp mee hadden. Zo ben ik ook zeer bevriend geweest met Armand Pien. Armand had een bloedhekel aan astrologie, maar was tevens een absoluut verdraagzaam, liberaal mens. Vermoedelijk beschouwde hij mijn astrologische afwijking als iets wat mij ooit had getroffen als een losgewaaide dakpan en waar ik verder niet verantwoordelijk voor was, zoals mensen met flaporen of een haviksneus daar ook niets aan kunnen doen.

Tenminste, dat denk ik, want Armand Pien sprak me daar nooit over aan. We hadden genoeg andere interesses gemeen. Toen mijn boek 'Buitenaardse Beschavingen' (VUBPress 1998) op de Boekenbeurs werd voorgesteld, zat Armand Pien samen met mij en twee mensen van de uitgeverij op het podium. Armand Pien vertelde aan het publiek dat er eindelijk iemand het onderwerp ernstig had behandeld. Op een boeiende instructieve manier en zonder griezelverhaaltjes over groene mannetjes en boosaardige ‘aliens’. En zeer informatief, vond Pien: “Er staan feiten in zijn boek, die ik nog niet wist.” Wanneer iemand als Armand Pien zoiets zegt, dan is dit wel een groot compliment.

Dat Pien en ik zo goed met elkaar konden opschieten, had denk ik eveneens te maken met het feit dat wij allebei écht vrijzinnige mensen waren, van kleins af aan. Dat is, of je het nu een prettige waarheid vindt of niet, anders dan bij mensen die als kind streng religieus werden gehersenspoeld en voor de rest van hun leven gedoemd zijn tot vrijzinnigheid-met-opeengeklemde-tanden. De Verlichting met de zaklamp in aanslag.

Goed, terug nu naar het astrologiedebat tussen Herman De Vos en Skepp. Het liep uit op een knallende ruzie tussen Herman en de Skepp-delegatie. Herman was beledigd omdat die twee snotneuzen van Skepp hem ‘onwetenschappelijk gedrag’ durfden aanwrijven. Hij, de bioloog. En lid van Mensa, al liep hij daar niet mee te koop. Alleen ik wist dat, toevallig.

Skepp en ik

Met Skepp had ik altijd een – zij het soms ietwat gespannen – vriendschappelijke verhouding. Skepp ontmaskert mensen, al dan niet bekend van radio en TV, die doen alsof of denken dat ze super paranormaal zijn. Daar ben ik het met Skepp eens omdat ik vind dat je met zoiets belangrijks als het menselijk vermogen tot buitenzintuiglijke waarneming en communicatie, geen show moet organiseren. Skepp ontmaskert deze mensen echter met een ander oogmerk, heb ik de indruk. Skepp wil gewoon aantonen dat buitenzintuiglijke waarneming niet bestaat, dat het een soort bijgeloof is, als het al geen boerenbedrog is.

Omdat ik uit ervaring pertinent zeker weet dat àlle mensen een zevende zintuig hebben (steevast het ‘zesde’ zintuig genoemd, hoewel volgens mij het zesde zintuig onze tijdservaring is), ben ik in dit opzicht een tegenstander van de methoden van Skepp. Zij speuren naar het bedrog achter de podiumartiest. Hoe vaak heb ik hen al aangeraden zich niet blind te staren op de podiumparagnosten, maar zelf eens een Silva seminarie te volgen. Dan kunnen ze bij zichzelf vaststellen dat het zevende zintuig wel degelijk bestaat.

Bij Skepp willen ze kost wat kost bewijzen dat iets niet bestaat. Ik daarentegen ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om alle mensen te leren hoe hun zevende zintuig te gebruiken. Daarom vind ik wat Skepp op dit gebied doet, een beetje potsierlijk negentiende-eeuws. De categorie mensen die zij testen, zijn in feite quantité négligeable en het is tijdverlies en energieverspilling zich daarmee bezig te houden. De Skeppmensen menen op deze wijze de vooruitgang van de wetenschap te bevorderen. Ik ben van mening dat ze in feite het obscurantisme bevorderen. Natuurlijk doen ze dit niet met opzet. Het vooroordeel is vaak een exponent van de onkunde. En onkunde is dikwijls het gevolg van een gebrek aan objectiviteit.

Wat ik nu ga vertellen, lijkt ietwat in tegenstelling met wat ik in de vorige alinea beweer. Toch is Skepp eveneens zeer open tegenover ‘andersdenkenden’. Op een keer organiseerden ze weer zo’n soort wedstrijd waarbij mensen, die beweren ‘helderziend’ te zijn, hun bekwaamheden mogen tonen. Bij zo’n test wordt de ‘helderziende’ proefpersoon gevraagd een beschrijving te geven van een voorwerp, dat zich in een andere kamer bevindt. Een stuk of vier mensen van Skepp zitten rond de tafel waarop het voorwerp zich bevindt. Ze kunnen zelf ook proberen om via ‘telepathische’ weg de proefpersoon te helpen om het voorwerp te, euh, raden – of zien. Skepp vroeg me of ik wou meedoen, als een van de waarnemers van Skepp.

Dat was toch breeddenkend van hen om een tegenstander uit te nodigen. Want in feite was ik hier dus enigszins de controleur van de controleurs. Goed, ik zat daar dus met een drietal mensen van Skepp rond een tafel waarop een soort vaas stond. Dat was het voorwerp dat onze helderziende, die zich in een andere kamer bevond, moest weten te beschrijven. Aangezien Skepp had gesuggereerd dat wij de proefpersoon, een jongeman uit de Westhoek, konden helpen door zelf telepathische beelden van het voorwerp naar de proefpersoon te zenden, en ik weet hoe je dat doet, ging ik dus naar het alfa-bewustzijnsniveau en begaf me in gedachten naar de kamer waar de proefpersoon zat, in het gezelschap van twee Skeppmensen. Die moesten daar uiteraard controleren of de proefpersoon geen goocheltoeren uithaalde. Kortom, zowel wetenschappelijk als sportief was heel deze organisatie absoluut eerlijk.

Ik zag – vanuit mijn alfaniveau - onze proefpersoon daar zitten, samen met twee Skeppers die ik eveneens herkende. Ik ging dus – in gedachten – bij die jongeman, met de vaas in mijn handen, die ik vlak voor zijn neus op de tafel deponeerde. En hij draaide zijn hoofd weg van de vaas. Alsof hij weigerde te kijken. Ik deed nog een keer of vier een poging om hem die vaas te tonen, maar telkens keek hij als het ware met opzet de andere kant uit.

De hersengolven

Hersencellen kunnen, net als onze zenuwcellen, met elkaar communiceren, via elektrische stroompjes. De Duitse psychiater en neurowetenschapper Hans Berger (1873-1941) begon in 1924 met een electroencefalograaf (EEG) de elektrische activiteit in de hersenen te meten. Hij onderscheidde twee soorten van frequenties, die hij de alfa en de bètagolven noemde. Later werden nog andere golven ontdekt en vandaag verdelen we het spectrum van de hersengolven in Alfa, Bèta, Thèta, Delta, SMR en Gamma.

De frequentie van onze hersenen vertoont Gammagolven (30-80 Hz.) bij sterke mentale activiteit zoals bij het oplossen van problemen, aandachtige waarneming en angst. Alfagolven (8-12 Hz.) worden gemeten tijdens de overgang tussen waken en slapen. We zijn dan ontspannen maar toch nog altijd alert. Hoe dieper men slaapt des te langzamer de golven.

De Silva cursus leert hoe je tot diepe ontspanning kunt komen en je hersenritme kalmeren tot je jezelf in de alfa- of thètatoestand hebt gebracht. Je brein krijgt dan vaak de mogelijkheid om waarnemingen te doen op plaatsen waar je fysiek niet aanwezig bent en dit zowel in het verleden of de toekomst als in het heden. En ik kan het niet genoeg herhalen: daar is niets bovennatuurlijks aan. Wel wijst het er op dat onze zintuigen meer zijn dan de organen waarmee wij de wereld waarnemen.

Onze helderziende bleek na een uur of zo, niet in staat het voorwerp – de vaas – te zien. Ik heb hem daarna nog gesproken. “Ik heb me afgesloofd om je te helpen,” zei ik, “waarom keek jij godverdomme telkens weer ostentatief de andere kant op?”

“Ik dacht,” zei onze helderziende, “dat jij ook iemand van Skepp was, die me op een dwaalspoor wou brengen.” Alweer een kans verkeken om de ongelovige Thomassen van Skepp tot inzicht te brengen. En tevens ook een indicatie dat de methoden van Skepp waardeloos zijn. Omdat, als je dit soort tests uitvoert, de proefpersoon zeer ontspannen moet zijn, zonder ook maar de minste vorm van stress. Welnu, hoe koelbloedig iemand ook mag zijn, zo’n test is een examen en examens zijn niet ontspannend maar stresserend.

Rond diezelfde periode, ergens begin jaren negentig, was ik ook een weekend in Königswinter waar de Tsjechisch-Amerikaanse parapsycholoog Milan Ryzl een seminarie gaf. We deden er gelijkaardige tests, maar hier werden we door Milan Ryzl op een ontspannen manier in de juiste stemming gebracht en slaagden een behoorlijk aantal deelnemers wel bij de proefnemingen. Eén van de tests was bijvoorbeeld : buitenzintuiglijk zien en beschrijven welke prenten Milan Ryzl voor zich op zijn tafel had gelegd.

Een andere keer was er aan de Vrije Universiteit Brussel een debat omtrent parapsychologie. Men had mij gevraagd om als moderator te fungeren, wat ik deed. Later kwam het me voor dat men, door mij als moderator te kiezen, mij in feite onschadelijk had gemaakt. Want als moderator kun je geen standpunten verdedigen. Je bent de scheidsrechter.

Etienne Vermeersch, die ik in 99 op de 100 gevallen zeer hoog acht, deed hard zijn best om als kritische denker het publiek te bewerken. De parapsychologie werd hier met de pretentie van een roemrijk wijsgeer belachelijk gemaakt. De argumentatie was oppervlakkig. En met een ietwat katholiekerige ijver. Altijd die manie om mensen te bekeren tot het ware geloof, vroeger in God en later in hun interpretatie van de Verlichting.

Na de miskleun van Vermeersch, raakte ik aan de bar in gesprek met een groepje studenten van de vereniging ‘Vrij Onderzoek’. Ik zei hen dat professor Etienne Vermeersch uit zijn nek lulde en op dit gebied absoluut geen autoriteit was. Dat ik het beter wist en dit ook kon bewijzen, als ze er een weekeindje voor over hadden.

Dat werd een succes, met dit publiek van kritische mensen met een open geest. Na een dagje opwarming ontdekten àlle deelnemers hun buitenzintuiglijk waarnemingsvermogen. Ik ga niet uitweiden over alle experimenten die we uitvoerden. Eentje: een oefening in psychometrie. Psychometrie is de geschiedenis nagaan van een voorwerp dat je voor het eerst in handen krijgt. Dat kan een sieraad zijn of een kledingstuk of om het even wat. Je speurt dan in het verleden en ziet bijvoorbeeld de eigenaar of eigenares van het voorwerp en wat die persoon meemaakt of meemaakte.

Zoals ik tevoren had gevraagd had elke deelnemer en deelneemster een voorwerp meegebracht. We verzamelden alle voorwerpen in een mand en vervolgens koos iedereen er een voorwerp uit. Een studentin had uit de mand een stuk steen genomen, gewoon een stuk steen. Toen we na enkele minuten bij ons allen het bilan opmaakten, vond de studentin dat ze er niets van had gebakken. “Ik zie niets speciaals gebeuren met die steen”, zei ze. “Hij komt van ergens een plek waar niets spectaculairs te zien is. Het is er saai. Neen, bedrukkend, angstwekkend. Ik voel een sfeer van uitzichtloosheid. En ergens in dit gebouw zie ik een hoge stapel schoenen. En ook bij het zien van die stapel schoenen, voelde ik moedeloosheid, wanhoop.”

De studentin, die dacht dat ze er niets van kende, had de sfeer van Auschwitz heel juist aangevoeld. Daar had een van onze studenten die steen opgeraapt en meegenomen. De stapel schoenen was die van in Auschwitz vermoorde Joden.

Lode Willems

Wil je je abonneren op LW-mededelingen, stuur Lode Willems dan een mail op [email protected]

Meer info over de Silvamethode vind je hier.

Vervlogen tijden : met Armand Pien omhoog kijkend naar een klimmende weerballon van het KMIVervlogen tijden : met Armand Pien omhoog kijkend naar een klimmende weerballon van het KMI

  • zó gasten
  •  | 
  •  | 
  • Stuur door  | 
  • Reacties(0)  | 
 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond