22 jan 2012

Gouden zondagen - Geluk (6)

Niki
Gouden zondagen - Geluk (6)

"Een tijdje geleden bezocht ik een bekende. Hij rookte een sigaret en begon plotseling te hoesten. Toen hij eindelijk weer normaal ademhaalde, vroeg ik hem wanneer hij van plan was te stoppen met roken. "Als mijn zorgen voorbij zijn," antwoordde hij. Daar had hij gelijk in. De dag dat onze zorgen - die ons een hoop tijd kosten - voorbij zijn, is de dag dat we sterven." Deel zes van de reeks Gouden zondagen - Geluk van Daniel Gould.

Wat is geluk?

Een tijdje geleden bezocht ik een bekende. Hij rookte een sigaret en begon plotseling te hoesten. Toen hij eindelijk weer normaal ademhaalde, vroeg ik hem wanneer hij van plan was te stoppen met roken. "Als mijn zorgen voorbij zijn!" antwoordde hij. Daar had hij gelijk in. De dag dat onze zorgen - die ons een hoop tijd kosten - voorbij zijn, is de dag dat we sterven.

Problemen en zorgen vormen een bijzonder groot onderdeel van ons leven. En wat zou het leven zijn zonder?

Joey

Toen ik 14 was, kochtten mijn ouders een nieuw huis. Naast ons woonde een ouder echtpaar van in de zestig. Ze hadden acht kinderen en eentje woonde nog thuis. Joey, het thuiswonende kind, was eigenlijk geen kind meer: hij was 27 jaar. Jiey was geboren met het syndroom van Down.

Gelukkig niet in ernstige mate; Joey sprak zowel Engels - zij het met een beperkt vocabulaire - als Italiaans, de moedertaal van zijn ouders. Maar hij was nooit naar school geweest en kon niet lezen. In de zomer zat hij in de achtertuin met een krant voor zijn neus. Nooit bladerde hij naar de volgende pagina; een uur lang staarde hij naar hetzelfde blad. Hij wilde dat mensen dachten dat hij kon lezen. Joey wilde dat mensen dachten dat hij normaal was.

Joey rookte sigaretten en vroeg altijd aan iemand een vuurtje, omdat hij geen lucifers mocht gebruiken. Het gevaar van vuur begreep hij niet goed. Zijn gedrag kopieerde hij van mensen om hem heen.

Volare

Er was een jongen van mijn leeftijd, Tommy, die tegenover ons woonde. Tommy was gek op de muziek van Johnny Mathis, destijds een populaire zanger. Op warme zomerdagen, als alle ramen openstonden, werd de buurt getrakteerd op 'Chances Are,' 'The Twelfth of Never' en 'Misty.' Ik herinner me nog een aantal zinnen van dat laatste lied, omdat ik het zo vaak hoorde. Joey wilde ook een typische teenager zijn. Maar hij was géén fan van Mathis. Hij hield eigenlijk maar van één lied: 'Volare, Di Pinto Di Blu.'

Mijn Italiaanse woordenschat bestaat uit de woorden van dat lied, maar ik heb geen idee wat ze betekenen. Joey's slaapkamer was een meter of twee van de mijne verwijderd. Op die zomerochtenden had ik geen wekker nodig om wakker te worden: hij zong uit volle borst.

Problemen

's Avonds, op die hete, zwoele dagen in Detroit, kwam Joey in onze achtertuin om te praten met mijn vader, terwijl we in tuinstoelen zaten om te profiteren van het verkoelende briesje. Hij had altijd veel te vertellen, meestal over problemen van familieleden, in het bijzonder zijn broer en zussen.

Zoals Joey het vertelde, kwam het erop neer dat de problemen alleen door hém opgelost konden worden. Joey had zelf geen zorgen. Daar was hij allesbehalve gelukkig mee. Zijn vader was diabeet: zijn beide benen waren geamputeerd. Als gevolg hiervan was hij een zuurpruim geworden en vaak hoorden we hem iets schreeuwen in het Italiaans. Joey en zijn moeder moesten het maar op zien te lossen. 

De verantwoordelijkheden van Joey werden groter met de jaren. Zo ging het leven zijn gang.

Verpleger

Ik verliet mijn ouderlijk huis en verhuisde duizend kilometer verderop naar St. Louis, waar ik me had ingeschreven voor de universiteit. In Detroit kwam ik nog maar weinig. Op een van mijn bezoeken, drie of vier jaar later, vernam ik dat de moeder van Joey een beroerte had gehad. Ze kon niet meer koken en ook de eenvoudigste klusjes moest ze achterwege laten.

De kinderen huurden verpleegsters in om volledige dagen voor de ouders van Joey te zorgen. Niemand hield het langer dan twee maanden vol, omdat Joey's vader erg veeleisend was. Uiteindelijk werd er geen hilp meer ingehuurd. De dochters wisselden met elkaar af bij het maken van de maaltijden en Joey, hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, werd de 'verpleegster' in huis. Joey was niet alleen gewend aan het geroep van zijn vader, maar - dat was nog belangrijker - hij wist ook hoe hij ermee om moest gaan.

Als ik weer eens thuis was, zag ik Joey vaak zijn moeder in een rolstoel door de buurt voortduwen: het hele jaar door. Joey had nu eindelijk zelf ook échte zorgen, zoals normale mensen, en dat deed hem duidelijk erg goed. Hij was gelukkig, gewoon omdat iemand hem nodig had. 

Dank

Joey zou zijn ouders overleven. Toen de laatste van hen stierf, ging hij nog bij een zus wonen. Hij stierf zelf toen hij 37 jaar oud was. Als een gelukkig mens.

De les: een leven zonder moeilijkheden en zorgen is een waardeloos leven; een waardeloos leven levert géén geluk op. Vergeet het tellen van je zegeningen en spreek je dank uit voor al die beroerde problemen.

Daniel R. Gould

De Amerikaan Daniel Gould groeide op in Chicago en studeerde politieke wetenschappen, geografie en communicatie aan de Saint Louis universiteit. Inmiddels woont hij al 33 jaar in Amsterdam, waar hij werkt als uitgever en redacteur bij uitgeverij TODAY en als freelance journalist kunst en architectuur.

Vertaling: Walter van Teeffelen.

Tags: columns, geluk
 

Reageren

  • HTML niet toegestaan. URL's worden automatisch clickable.
    * E-mail adres wordt niet getoond